De Israëlische identiteit van ALLE 12 stammen
Religie/Christendom | studies
|
04 December 2011 | 20:00:20
De Israëlische identiteit van ALLE 12 stammen
A. Klein
“Israël” als WOORD op zich Voor degenen die dat niet weten of beseffen, het woord Israël heeft meerdere betekenissen:
1. Israël, de nieuwe naam voor Jakob. Zie o.a. Gen. 32:28 en 35:10.
2. Israël, het land, de huidige staat (ook wel Kanaän, Palestina of “het beloofde land” genaamd). Zie o.a. Gen.12:5-7.
3. Israël, de huidige natie, het huidige volk.
4. Israël, de verzamelnaam voor alle 12 stammen van Israël, voortkomend uit de 12 zonen van Jakob (Jakob, die later – van God – de naam Israël kreeg – zie punt 1). Zie o.a. 1 Kon. 18:31, Joz. 4:5, 2 Kon. 17:34b.
5. Israël, het “GANSE huis van Israël” of “(GE)HEEL het huis van Israël, waarmee ook alle 12 stammen worden bedoeld. Zie o.a. Exod. 40:38, Lev. 10:6b, Ezech. 39:25.
6. Israël, het “huis van Israël”, waarmee – later in de tijd –de 10 ‘verloren gewaande’ stammen worden bedoeld. Zie o.a. Ezech. 39:22-29. Daarom dat er ook regelmatig in het oude Testament gesproken wordt van “de koning van Israël” en/of “de koning van Juda”. Het waren dus koninkrijken.
Inleiding:
Misschien dat u denkt: “Waarom wordt dit bovenstaande vermeld? Dat weet toch iedereen die de Bijbel leest”. Ja, dat dacht ik zelf ook, daarom zal ik uitleggen waarom ik het toch heb vermeld. Het begon naar aanleiding van een brochure van Norbert Lieth van Zendingswerk Middernachtsroep1 – met de aansprekende titel: “Waarom juist ISRAËL?” – die ik ongeveer een jaar geleden onder ogen kreeg. Ik begon enthousiast te lezen, maar ontdekte al snel dat het WOORD “Israël” heel vaak wordt gebruikt – zoals natuurlijk te verwachten in een brochure met die titel, maar… – zonder dat er bij vermeld wordt in welke context ze het WOORD Israël bedoelen. Ook wordt er m.i. – al gelijk op de 1ste bladzijde – gesuggereerd dat alle Joden “Israël” zijn en “Israël” alle Joden. Toen ik de brochure, om die redenen, nader ging bestuderen bleek dat – in mijn ogen – niet alleen erg verwarrend over te komen (al kwam ik er zelf snel achter in welke context het WOORD bedoeld werd), maar daardoor zag ik ook DUIDELIJK een m.i. foute interpretatie van o.a. Jesaja 11 vers 12 en Jeremia 23 vers 8, in de volgende tekst van Norbert Lieth (de zwart getypte tekst wel te verstaan – de rode tekst is door mijzelf toegevoegd, in de hoop dat u beter begrijpt/ziet wat ik bedoel): “Israël is er weer: … Met het feit, dat de Joden (uit de 2 stammen van het “huis van Juda” – noot AK) vandaag weer in hun eigen land zijn en een eigen staat bezitten, heeft God ons een teken gegeven. Wij, die een ander staatsburgerschap bezitten, moeten hier op letten, want de Bijbel zegt: “En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israël (dat zijn m.i.: de 10 verloren gewaande stammen van het “huis van Israël” – noot AK) verzamelen en de verstrooide dochters van Juda (dat zijn m.i.: de 2 stammen van het “huis van Juda” – noot AK) vergaderen van de vier einden der aarde” (Jes. 11:12). Een banier is een vlag met een veldteken of een nationaal embleem. Het terugbrengen van Israël (waarmee hier, in Jesaja 11:12, dus m.i. de 10 verloren gewaande stammen van het “huis van Israël” bedoeld worden – noot AK) in het vaderland is voor ons als zo’n teken gesteld. Dat zegt ook de profeet Jeremia en spreekt daarbij expliciet de naties, de heidense volken aan: “Hoort des Heren woord, gij heidenen! En verkondigt in de eilanden (letterlijke vertaling: de kustlanden – noot AK), die verre zijn, en zegt: Hij, Die Israël (dat zijn of ALLE 12 stammen of de 10 verloren gewaande stammen van het “huis van Israël” – noot AK) verstrooid heeft, zal hem weder vergaderen, en hem bewaren als een herder Zijn kudde” (Jer. 31:10, St. Vert.).
Het bijeen verzamelen van Israël (dat zijn of ALLE 12 stammen of de 10 verloren gewaande
stammen van het “huis van Israël” –noot AK) uit de volken in het eigen land is zonder twijfel een concrete voorbereiding voor de wederkomst van Jezus Christus, want God spreekt: “En Ik zal de rest van Mijn schapen verzamelen uit al de landen waarheen Ik ze heb verdreven,…” (Jer. 23:3).
In het nu volgende verklaart God ook precies, hoe Hij dat doen zal, resp. dat deze terugvoering de bevrijding van Israël uit Egypte (dat waren m.i.: ALLE 12 stammen van Israël – noot AK) in de schaduw zal stellen. “Daarom zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat men niet meer zal zeggen: Zo waar de Here leeft, die de Israëlieten (dus: ALLE 12 stammen van Israël – noot AK) uit het land Egypte heeft doen optrekken, maar veeleer: Zo waar de Here leeft, die het nageslacht van het huis Israëls (dat zijn m.i. dus: de 10 verloren gewaande stammen van het “huis van Israël” – noot AK) heeft doen optrekken en die het heeft doen komen uit het Noorderland en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had; en zij zullen op hun eigen grond wonen” (Jer. 23:7-8) En wat gebeurde er na de Tweede Wereldoorlog? Vele duizenden Joden (uit de 2 stammen van het “huis van Juda” – noot AK) keerden weer naar hun vaderland terug en op 14 mei 1948 werd de staat Israël geproclameerd! … Het teken dat God gegeven heeft, dat niet over het hoofd kan worden gezien, namelijk het terugbrengen van Israël (dat zijn m.i. dus: ALLE 12 stammen van Israël, en dat is nog NIET gebeurd – noot AK) naar het eigen land, wijst er op, dat wij in de eindtijd leven. Met “eindtijd” bedoelen wij niet de ondergang van de wereld, maar de tijd vlak voor de wederkomst van Jezus Christus.” (Tot zover een gedeelte uit eerdergenoemde brochure: “Waarom juist ISRAËL?”).
Volgens mij trekt Norbert Lieth uit bovenstaande tekst duidelijk de conclusie “dat wij in de eindtijd leven” (zie zijn eigen woorden), wat op zich waar is en waar ik het zeker mee eens ben, maar… hij komt onder andere tot deze conclusie NA de Bijbeltekst uit Jeremia 23:7-8, met de woorden: “Vele duizenden Joden keerden weer naar hun vaderland terug en op 14 mei 1948 werd de staat Israël geproclameerd! … Het teken dat God gegeven heeft, dat niet over het hoofd kan worden gezien, namelijk het terugbrengen van Israël naar het eigen land, wijst er op, dat wij in de eindtijd leven.”
Onze
God zal komen, en niet zwijgen;
een vuur verteert voor Zijn aangezicht
en rondom Hem zal het zeer stormen’
(Psalm 50:3)
Soms is zwijgen welsprekender dan spreken. Een paar voorbeelden.
Wat deed Aäron, toen het vuur uit de hemel twee van zijn vier zonen die
priester waren verteerde, omdat zij meenden op hun eigen manier God te kunnen
dienen in plaats van op Zijn manier? (Lev. 10:1-7) Aäron zweeg. Daarmee erkende
hij: God staat in Zijn recht.
Wat deed koning David, toen hij –nota bene op de vlucht voor zijn eigen zoon,
Absalom, die hem het koningschap ontfutselde- door Simeï vervloekt werd? 2
Sam.16:5-14). Hij zweeg. Hij nam het recht niet in eigen hand, maar beschouwde
het als een beproeving van God, waaronder hij zich nederig boog.
De profeet Jesaja zag met groot verdriet hoe de steden van Juda en zelfs Gods
heilige tempel in vlammen opgingen. En hij riep tot God: ‘HEERE, zoudt Gij
stilzwijgen….? (Jes. 64:12)
Ezechiël moet van God zich zelfs een poosje in zijn huis opsluiten. Het volk
wilde Ezechiël lamleggen. God zei: je zult een tijdlang hen niet meer
waarschuwen, ze zijn en blijven toch opstandig. ‘Maar als Ik met u spreken zal,
zal Ik uw mond opendoen, en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Heere HEERE….’
(Ezech. 3:25-27)
Zwijgen kan heel welsprekend zijn.
God zwijgt soms een tijd lang….’in Zijn liefde’, om met Zefanja te spreken.
(Zef.3:17)
Als er één psalm is die verbazend actueel en acuut is, is het psalm 50 wel. Het
volk Israël dacht en deed eeuwengeleden hetzelfde als de christenheid en het
volk van Nederland vandaag. Zij legden toen, en wij leggen vandaag dat zwijgen
van God in ons voordeel uit. Zo van: wie zwijgt stemt toe. Maar die vlieger
gaat niet op. God zegt: jullie nemen het woord ‘verbond’ in de mond, maar
werpen Mijn vermaning ver achter je rug!
Hij spreekt Israël toen en ‘heel de kerk en heel het volk’ in Nederland vandaag
aan als ‘goddeloos’!
Toegespitst op ons, zegt psalm 50:
Jullie gooien Mijn Naam te grabbel door jullie verdeeldheid, en door jullie
geknoei in Mijn Testament….en Ik zweeg tot nu toe.
Te linkerzijde hebben jullie het hart uit het Evangelie gesneden, door het
verzoenende sterven van Mijn Zoon en Zijn lichamelijke opstanding te
ontkennen….en Ik zweeg tot nu toe.
Jullie hebben het mooiste wat nog uit het Paradijs over is –het heilige
huwelijk- verkwanseld, en zegenen een relatie die een gruwel is in Mijn ogen,
nota bene in Mijn Naam in….en Ik zweeg tot nu toe.
Het kind is allang niet meer veilig in de moederschoot….en Ik zweeg tot nu toe.
Te rechterzijde bekladden jullie elkaar, de ene kerk sleept zelfs de andere
voor de wereldse rechter….en Ik zweeg tot nu toe.
Jullie vertreden de lieflijke uitnodiging van Mijn Zoon: ‘laat de kinderen tot
Mij komen’ met voeten en blokkeren voor hen de weg naar Mij….en Ik zweeg tot nu
toe.
Jullie zijn zo naïef en afgestompt dat jullie menen dat Ik –omdat Ik gezwegen
heb- wel net zo zal denken als jullie!
Geen denken aan. Wie Mij, de ‘IK BEN’ verlaagt tot zijn eigen, aards bedenksel,
pleegt afgoderij, en nog wel in Mijn huis!
Dat is dan nu afgelopen! Ik ga het stilzwijgen verbreken.
Ter wille van Jeruzalem!
Ter wille van het herstel van Mijn volk Israël!
Ter wille van Mijn Naam!
Ter wille van Mijn enig geliefde Zoon, Die komt in de Naam des HEEREN!
Geen kerk, protestants of rooms-katholiek, geen stroming, reformatorisch,
evangelisch of modern ontkomt er aan. ‘De ontzagwekkende dagen’, de tien dagen
die een deel van Mijn volk jaarlijks tussen de ‘dag van herinnering door bazuingeschal’
(Lev. 23:24) en Grote Verzoendag (Lev. 23:26-32) beleven, gaan wereldwijd en
profetisch in vervulling. De komende jaren, vóór de doorbraak van het
koninkrijk van de Messias op aarde, zullen ontzagwekkende jaren zijn. Dwars
door de chaos in de volkerenwereld heen. Dwars door de hele kwestie rond
Jeruzalem en Mijn land en volk heen. Niemand zal Mij kunnen beletten, door Mijn
Woord en Geest een weg te banen voor Mijn Zoon en voor Mijn volk. Tot zegen van
alle volken die naar Zijn stem horen! Alles wat tegen Mijn Zoon, en Mijn plan
met Mijn volk ingaat, gaat er aan!!
De hele aarde, van zonsopgang tot zonsondergang, zal het weten. Van Sion uit
zal Ik de hele aarde aanspreken. (Ps. 50:1,2) Het kleine landje Nederland
evengoed.
‘Onze God zal komen, en niet zwijgen, een vuur voor Zijn aangezicht zal
verteren, en rondom Hem zal het zeer stormen’ (Ps. 50:3)
Verbonden met miljoenen die Jezus en Zijn koninkrijk verwachten:
J. den Admirant, dienaar van het Woord
Vondelstraat 18
7901 HR Hoogeveen.
Mede namens: W. Breedveld, voorganger van de Living Water Fellowship in Assen
T. van der Weijden, Dordrecht, Evangelist.
‘Steen door de ruit’ is dan ook een verrassend en bevlogen
geschreven boek, vol geestelijke inzichten en profetische verwijzingen. Het
raakt de lezer en schudt gelovigen wakker voor de actuele en dringende situatie
rondom Israël en de wederkomst van de Messias.
Er
wordt geleerd dat je officieel Joods bent als je moeder Joods is en dit wordt
doorgegeven door de vrouwelijke bloedlijn van de generaties .. maar is dat wel
zo .. Jezus is verwekt door de Heilige Geest maar Jezus werd niet naar het
bloed automatisch een Jood, (dan alleen naar het vlees) hoe zit dit nu
werkelijk ?!
Jezus was verwekt door de Heilige Geest en was zondeloos, dus kon ook geen
bloed krijgen van de moeder, want de ziel van het vlees is in het bloed.
De Bijbel leert heel duidelijk dat Jezus verwekt werd in de schoot van een
Joodse vrouw door het werk van de Heilige Geest en dat is beslist niet door
medewerking van de man Jozef.
Jezus was een mens zonder zonde terwijl vanaf Adam alle mensen geboren worden
met Adams zondige natuur en onderworpen aan de vloek en de eeuwige dood, Jezus
was zonder zonde en daarom niet onderworpen aan de dood. Jezus had niet Adams
zondige natuur geërfd.
De zonde word dus niet overgebracht door het vlees maar door het bloed.
Jezus was niet uit het bloed van de mens. Zo heeft God op een wondere manier
bewerkt dat Jezus naar het vlees volkomen mens was en toch niet het zondige
bloed van een zondig mens had. Dat was het gevolg van de maagdelijke geboorte.
Maar wat is dn de oorsprong van het bloed.
Men weet nu met zekerheid, dat het bloed, dat door de aderen stroomt niet
afkomstig is van de moeder, maar in het lichaam van de vrucht zelf geproduceerd
wordt, nadat het eicel in aanraking is gekomen met het mannelijk sperma.
Een niet bevrucht ei kan nooit bloed voortbrengen omdat het ei de essentiële
delen voor de produktie van bloed mist. Alleen nadat het mannelijke element het
ei is binnengedrongen, kan het bloed zich ontwikkelen.
Het mannelijke element heeft leven toegevoegd aan het ei. Leven zit in het
bloed overeenkomstig de Schrift, want Mozes zegt: want de ziel (engels: het
leven) van het vlees is in het bloed.
Omdat er geen leven in het ei is, totdat het mannelijke sperma zich ermee
verenigt, en het leven in het bloed is, volgt hieruit, dat het mannelijke
sperma de bron van het leven is, de zetel van het leven, denk daar maar eens
goed over na.
Dus, geen bloed van de moeder, dit is een wetenschappelijk gegeven.
De moeder brengt de foetus voort met de voedzame elementen voor de opbouw van
dat kleine lichaampje in de verborgenheid van haar schoot. Maar al het bloed in
dat kleine lichaampje wordt alleen door bijdrage van de vader in het embryo
gevormd. Vanaf het ogenblik van de conceptie tot de geboorte van het kind komt
er geen enkele druppel bloed van de moeder in het lichaampje van het kind.
De placenta vormt alleen de verbinding tussen moeder en kind, al het bloed in
dat kind wordt geproduceerd in het kind zelf, er zal nooit geen bloed van de
moeder naar het kind of van het kind naar de moeder vloeien.
Het kind krijgt niet het bloed van de moeder maar heeft zijn eigen bloed, het
bloed van een kind komt zelfs niet in aanraking met het bloed van de moeder,
het heeft ieder zijn eigen bloedcirculatie.
Vandaar dat het kind ook niet dezelfde bloedgroep behoeft te hebben als de
moeder heeft, dat zou wel zo moeten zijn als beiden het zelfde bloed hadden.
Hoe wonderlijk heeft God de maagdelijke geboorte voorbereid. Toen Hij de vrouw
schiep, maakte Hij haar zo, dat het bloed nooit kon overgaan op haar kind. Het
bloed is het gevolg van het aandeel van de man. Adam was het hoofd van het
gehele menselijke geslacht en het is zijn bloed, dat Adams zonde overbrengt.
God maakte het echter mogelijk dat er Iemand geboren zou worden als Zoon van
Adam, zonder dat hij het zondige natuur van Adam zou bezitten. Hij zou niet van
Adams bloed zijn. Dit is wetenschappelijke, biologische reden voor de
zondeloosheid van de Here Jezus.
Dus de theorie dat de Joodse vrouw het Joodse geslacht voortbrengt gaat niet op
(mijn visie) , want het is de man die het Leven voortbrengt in het bloed. En
het is ook Bijbels, want God spreekt altijd over de mannenlijn in het
geslachtsregister en niet over de vrouwenlijn.
Het Hebreeuwse alfabet is rijk van inhoudt en veelzijdig maar
helaas bij velen nog onbekend.
Het zou jaren duren om het geheel uit te werken maar zelfs een
klein gedeelte geeft al veel voldoening en geluk. Misschien mag dit bijdragen
om tot nader onderzoek te komen.
Het geheim van het Woord ligt verborgen in het Hebreeuwse alfabet.
Het Hebreeuwse alfabet bestaat uit lettertekens die naast de
betekenis van leestekens nog een bedoeling hebben, nl. de verkondiging van het
Woord, het evangelie.
De Hebreeuwse letters hebben ook allemaal een betekenis. Elk
Hebreeuwse letter heeft een getalswaarde, omdat deze tekens ook cijfers zijn. In
de Bijbel wordt eigenlijk geen verschil gemaakt tussen letter of getal.
De Hebreeuwse woorden hebben dikwijls meer dan één betekenis .
Een ieder kan de betekenis en de bedoeling van de woorden die met het Hebreeuwse
alfabet gevormd zijn, begrijpen met de
betekenis van de lettertekens. Ook in de Psalmen kan men de lettertekens van
het Alfabet terug vinden vóór de tekst, en dit is niet zonder betekenis.
God
zei tegen Abram: ‘Ik zal u zegenen’(gen, 12:3).
Later,
toen Abram ‘de Vader van vele volken’ werd, kreeg hij de naam Abraham.
Men
zou kunnen denken dat alle afstammelingen van Abraham – dus Isaak, Ismaël en de
zes zonen van Ketura – als vanzelfsprekend de zegen van Abraham zouden erven.
En inderdaad beloofde God Ismaël te zegenen met een talrijk nageslacht.
Maar
God sloot zijn eeuwige verbond alleen met Abraham zoon Isaak en zijn
nakomelingen (Gen. 17, 17-21). Isaaks zoon Jacob kreeg – na zijn worsteling met
God bij de rivier Jabbok – de naam Israël (Gen. 32; 25-29).
Vanaf
dat moment is de naam Israël door God vastgelegd als de naam van het
verbondsvolk dat de oorspronkelijke zegen van Abraham erft.
Zelfs
de niet-Israëlische profeet Bileam kon niet anders dan Israël zegenen, terwijl
hem juist werd gevraagd om dit volk te
vervloeken. ‘Bileam begreep dat het in de ogen van de HEER goed was als hij
Israël zou zegenen. Toen hij zijn blik
liet rondgaan en Israël daar gelegerd zag, stam bij stam, werd hij door de
geest van God gegrepen en zei: ‘Gezegend wie u zegent, vervloekt wie u vervloekt !” (Num. 24).
In
het Hebreeuws staat er ‘mevarachecha baroech – gezegend is de jou zegenende’
Mevarachecha
heeft dezelfde wortel als nivrechoe, wat
beteend gezegend worden.
Dit
moet als een wederkerend werkwoord worden opgevat, een automatisch gevolg van
de uitgesproken zegen. Degene die Israël zegent, wordt zelf ook gezegend. De
terugkerende zegen is niet afhankelijk
van wat Israël ermee doet; of Israël die zegen nu wel of niet met een zegen
beantwoordt. Nee, het is een op zichzelf staande zegen van God voor ieder die
Israël zegent.
Dit
principe geld ook in negatieve zin voor le’kalel: wie Israël vervloekt,
vervloekt zichzelf. Dit principe komen we ook tegen in Zacharia 2:12 ; “Wie aan
mijn volk komt, komt aan mijn oogappel”. Met deze tekst wordt niet Gods
oogappel bedoeld, zoals algemeen wordt aangenomen, maar de eigen oogappel van
degene die vervloekt. Het Hebreeuwse woord voor oogappel ‘Eno’ benadrukt vooral de gevoeligheid van de
oogappel en het gevaar op beschadiging of zelfs blindheid. Er staat dus
eigenlijk; ‘Wie Israël in gevaar brengt, beschadigt zijn eigen (!) oogappel en
maakt zichzelf blind voor Gods waarheid.
Je
bent dus zelf de eerste die mag ervaren dat je gezegend bent, als je Israël
zegent, en daarna mag Israël die zegen ervaren. Strikt genomen is Israël niet afhankelijk
van onze zegen, want God heeft een eeuwige verbond met Israël, “Ik heb gezegd
dat ik mijn verbond met jullie nooit zou verbreken’(Rechters 2:1b) ; ‘Dit zegt
de Heer; “Zoals de hoogte van de hemel niet gemeten wordt, de diepte van het
fundament der aarde niet gepeild, zo verwerp ik niet het nageslacht van Israël
om alles wat het heeft misdaan’(Jer. 31:37).
In
tegenstelling tot andere volkeren van deze aarde heeft Israël de eeuwig
geldende garantie van God, daar moet elk mens zich, net als Bileam, van bewust
worden. En daarom moet elk mens Israël zegenen om in antwoord daarop zelf
gezegend te worden.
Daar
komt nog eens bij dat Joden en Christenen van dezelfde wortel stammen; de vader
van alle gelovigen. Jood en christen zijn in feite, net als Adam en Eva één
vlees. Dit houdt ook in dat christenen die Joden bestrijden in hun eigen vlees
snijden.
Paulus
waarschuwt in Romeinen 11 dat niet-Joden die door het geloof in Christus op de
edele olijfboom geënt zijn, niet hoogmoedig moeten worden ten opzichte van de
Joden die ‘ongehoorzaam’
zijn, want … “Zoals u God eens ongehoorzaam was, maar door hun (Israël)
ongehoorzaamheid Gods barmhartigheid hebt ondervonden, zo zijn zij nu
ongehoorzaam om door barmhartigheid die u ondervonden hebt, ook zelf
barmhartigheid te ondervinden.Want
God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat hij voor ieder
mens barmhartig kan zijn’(Rom. 11:30).
Kortom,
wie Israël zegent, zet een geestelijke principe in werking waardoor hijzelf
gezegend wordt.
Het Loofhuttenfeest is een Joods feest
dat zeven dagen duurt
en waarbij herdacht wordt, dat de Joden veertig jaar lang in hutten
in de woestijn rondtrokken. (Lev. 23:34-43)
Dit schilderij laat 3 banen zien die 3 wanden van takken
en palmbladeren voorstellen. De hutten worden versierd
met vruchten en groenten.
De bovenkant mag niet goed dicht zijn,
je moet de hemel erdoorheen kunnen zien.
Dit symboliseert een open verbinding met de hemel.
De hutten doen hun kwetsbaarheid
en afhankelijkheid van God beseffen.
In Psalm 27 vers 4 staat:
Hij laat mij schuilen onder zijn dak
op de dag van het kwaad.
Hij verbergt mij veilig in zijn tent,
Hij tilt mij hoog op een rots.
Het woord ‘tent’ is letterlijk ‘soeka’ of ‘loofhut’.
In al je kwetsbaarheid zegt God tegen je:
kom maar in Mijn loofhut, daar ben je veilig!
De
eerste twee dagen van de joodse maand Tisjrie, de zevende maand van de joodse
kalender, is het Rosj Hasjana, het Joods Nieuwjaar. Ook
wel: 'Hoofd van het Jaar', Jom Teroe'a, de dag van het Bazuingeschal. In de maand september vieren wij de Rosj Hasjana (het
Joods Nieuwjaar) op donderdag 9 en vrijdag 10 september 2010. Rosj Hasjana betekent letterlijk "hoofd van het
jaar". Het symboliseert de hoop op nieuw leven en is de Hebreeuwse naam
voor het joodse Nieuwjaar. Omdat
de maanden in het joodse jaar geteld worden vanaf de lente, valt Nieuwjaar in
de zevende maand (Tisjrie).
Het
nieuwe jaar begint dus in de herfst, als de oogst binnen is en de natuur aan
het afsterven is.
Terug kijken
Rosj Hasjana is de eerste van de Hoge Feestdagen en duurt twee dagen.Tijdens
deze feestdagen is het de bedoeling dat de mensen terug kijken op het afgelopen
jaar en nadenken over de dingen die ze gedaan hebben.
Er
wordt een belofte gedaan om wat verkeerd was het komende jaar beter te doen.
Viering
Het vieren van Rosj Hasjana begint aan de vooravond. Thuis worden er dan twee
kaarsen aangestoken en appeltjes met honing gegeten. Daarmee wens je elkaar een
goed en zoet jaar toe. Later
is er een feestelijke bijeenkomst in de synagoge waar op de ramshoorn, de
sjofer, wordt geblazen. Dit
gebeurt vanwege het volgende verhaal. Om
zijn trouw aan en geloof in God te bewijzen wilde Abraham zijn zoon Isaak
offeren. Net op tijd kwam de engel Gabriël die aan Abraham vertelde dat God
zijn trouw en gehoorzaamheid had gezien. Abraham zag toen een ram die met zijn
hoorns vast zat in de struiken. Hij greep de ram en offerde deze in ruil voor
het leven van Isaak.
Nadenken
Na Rosj Hasjana heb je 10 dagen de tijd om na te denken over het afgelopen
jaar. Deze periode wordt afgesloten met Jom Kippoer: Grote Verzoendag. In
deze periode sturen de mensen elkaar mooie nieuwjaarskaarten.
Interessante
gebruiken
Het
speciale feestbrood, de challa, dat gewoonlijk de vorm van een vlecht heeft, wordt
ter ere van deze feestdag rond gebakken, dat herinnert de mensen eraan dat het
een kringloop van de seizoenen is en als een verwijzing naar het manna dat er
voor de sjabbat twee keer zoveel was als normaal. Het kleedje eroverheen wijst
naar het manna, dat bedekt was door een laag dauw. Een ander gebruik is het
eten van zoetigheid, zoals stukjes appel of challa gedoopt in honing. Dat is
het symbool van een zacht jaar. Een ander gebruik is het eten van vers fruit
van het seizoen na er een gebed over uitgesproken te hebben. In de namiddag van
de eerste dag van Rosj Hasjana wandelen sommige Joden bij voorkeur langs een stromend
water en zeggen dan een speciaal gebed, Tasjlich geheten. Als zij hun gebed
beëindigd hebben, werpen zij broodkruimels in het water, opdat hun slechte
daden net als de kruimels zullen wegdrijven.
O Lord, save now! O Lord, cause us to
prosper now!
O Lord, shine Your face upon us!
Blessed is He who comes in the name of the Lord,
from the house of God I will bless Your name,
Open to me the gates of righteousness,
I will enter them, I will praise the Lord. O
Lord, I beseech You.
Pijn om Israël
Religie | Israël
|
11 Juni 2010 | 20:13:11
Pijn om
Israël
Hoe komt het toch dat ik pijn voel
Als Israël wordt geslagen?
Ben ik soms te betrokken
Heb ik me wel eens af staan vragen.
Het is vanuit het diepst van mijn hart
Dat ik hier nu vertel
Waarom ik me zo betrokken voel
Bij het volk van Israël.
Het komt enkel en simpel
Omdat wij samen horen te gaan,
Zoals Paulus spreekt over die boom
Met takken eraan.
De wortel is de Messias
En Israël is de stam, zegt hij
En de daarop geënte takken,
Dat zijn wij!
Dus, als Israël wordt geschud,
Dan schudden de takken mee.
Als de stam wordt aangevallen,
Voelen wij dat alletwee.
De stam en de takken zijn één,
Omdat we geworteld zijn in de ENE God
Dáárom voel ik die pijn,
Want ik ben betrokken bij hun lot.
Als Gelovigen inzien
Hoezeer wij verbonden zijn met de joden
beseffend dat de taak die daaruit voortvloeit ,
Is Te delen in hun noden.
Om Gods ontferming te bewijzen
Gebruikt hij ons als kanaal.
De joden tot jaloersheid wekken
Is een opdracht voor ons allemaal!
geschiedenis, aansteken, instructies, gebruiken
Dit jaar van 11 tot en met 19 december
2009
Chanoeka is het feest van de inwijding
van de Tempel. Het wordt gevierd ter herinnering aan de heugelijke dag dat de
Makkabeeën de Tempel in Jeruzalem opnieuw inwijdden, nadat zij de Syriërs
verslagen hadden, in het jaar 165 voor de gewone jaartelling.
De koning van Syrië, Antiochus IV Epiphanes, verbood alles wat niet paste in de
Griekse cultuur. Het was verboden Sjabbat te vieren, besnijdenissen uit te
voeren en Tora-onderwijs te volgen. De Makkabeeën kwamen hiertegen in opstand
en na een paar jaar van strijd kon de Tempel weer opnieuw worden ingewijd. Maar
voor deze herinwijding had men olie nodig. De menora (zevenarmige
tempelkandelaar) moest ontstoken worden. Volgens het verhaal konden de joden
slechts één kruikje bruikbare olie vinden, genoeg om de menora één dag te laten
branden. Door een wonder brandde de menora echter acht dagen lang. En het
kostte acht dagen om nieuwe, reine olijfolie te persen.
Na de verwoesting van de Tempel in het jaar 70 van de gewone jaartelling bleef
Chanoeka als lichtfeest gehandhaafd. Chanoeka is het feest van het behoud van
de eigen, joodse identiteit. Thuis wordt acht dagen lang een lichtje
aangestoken, elke dag eentje meer. De kaarsjes worden aangestoken met behulp
van een extra lichtje, de sjammasj (dienaar). Uiteindelijk staan er acht
kaarsjes, plus de sjammasj, in de chanoekia, een negenarmige kandelaar die
alleen tijdens Chanoeka wordt gebruikt.
De Chanoekia - aansteekinstructies
Chanoeka vieren we acht dagen. Het meest in het oog springende van
Chanoeka is natuurlijk het aansteken van de chanoekia, de menora - kandelaar
waarin we ieder van de acht dagen Chanoeka een kaarsje meer plaatsen en waarin
er een extra kaars staat, de sjammasj, die als aansteker fungeert.
Behalve op vrijdagavond steken we thuis de chanoekia aan zodra het ‘nacht’ is.
Wie om die tijd nog niet thuis is, kan de chanoekia ook later - bij thuiskomst
- aansteken. De kaarsjes of de olie in de chanoekia moet(en) minstens een half
uur branden. Alle werkzaamheden zijn op Chanoeka toegestaan. Wel bestaat de
gewoonte geen huishoudelijk werk te verrichten zolang de menora-lichten (de
voorgeschreven tijd) branden.
Op vrijdagavond steken we de kaarsjes op de vooravond van sjabbat aan. Let er
daarom op dat de Chanoeka-kaarsen op vrijdagavond extra lang zijn. Omdat op
vrijdagavond eerst de chanoekia wordt aangestoken en vervolgens de
sjabbatkaarsen, maar het daarna nog een uur duurt voordat het ‘nacht’ is. Zij
moeten minstens anderhalf uur branden: een uur voor nacht en een half uur na
nacht. Het begin van sjabbat is dus altijd eerder dan het tijdstip van ‘nacht’.
Op zaterdagavond maken we thuis eerst hawdala over wijn, kaars en kruiden en
ontsteken daarna de kaarsjes van de chanoekia.
De chanoekia of menora
a. De kaarsen moeten op één rechte lijn staan, zowel horizontaal als
verticaal gezien.
De chanoekia mag niet lager staan dan 30 centimeter van de vloer en bij
voorkeur niet hoger dan 1 meter.
b. Sommigen zetten de chanoekia voor het raam om bekendheid aan het wonder van
Chanoeka te geven. Anderen plaatsen de chanoekia links in de deuropening, tegenover
de mezoeza.
c. Hoewel u voor het licht van de chanoekia kaarsen en allerlei soorten olie
mag gebruiken, vervult u de mitswa op zijn mooist wanneer u met olijfolie
aansteekt. Het kruikje waarmee het wonder geschiedde bevatte immers olijfolie.
d. De lichten van de chanoekia moeten minstens een half uur ‘in de nacht’
branden.
e. Het is niet toegestaan om van het licht van de chanoekia op welke wijze dan
ook gebruik te maken. Daarom ook worden de lichten met een aparte kaars de
sjammasj, aangestoken.
“33 De Eeuwige sprak tot Mozes: 34 ‘Zeg tegen de Israëlieten: Op
de vijftiende dag van de zevende maand begint het Loofhuttenfeest, ter ere van
de Eeuwige, dat zeven dagen duurt. 35 De eerste dag is een heilige dag; u
mag dan niet werken. 36 Zeven dagen achtereen moet u offers opdragen aan
de Eeuwige. De achtste dag is een heilige dag; ook dan moet u offers opdragen
aan de Eeuwige. Dat is het slotfeest; u mag dan niet werken. 37 Dat zijn de
feesten ter ere van de Eeuwige, die u als heilige dagen moet vieren en waarop u
Hem offers moet brengen: brandoffers, meeloffers, slachtoffers en plengoffers,
naargelang de verschillende dagen. 38 Daarbij zijn de Sjabbatdagen ter ere
van de Eeuwige en de gaven die u Hem als gelofteoffers of als vrije gaven
aanbiedt, niet meegerekend. 39 Op de vijftiende dag van de zevende maand, als
de oogst van het land is gehaald, moet u zeven dagen het feest van de Eeuwige vieren.
De eerste en de achtste dag zijn rustdagen. 40 Haal op de eerste dag
citrusvruchten, palmtakken, twijgen van loofbomen en wilgentakken bijeen en
wees vol vreugde voor de Eeuwige uw G’d, zeven dagen lang. 41 Ieder jaar
moet u zeven dagen feestvieren voor de Eeuwige; dat is een blijvende wet, door
al uw generaties heen. In de zevende maand moet u dat feest vieren.
42 Zeven dagen achtereen moet u in loofhutten wonen; iedere geboren
Israëliet moet in een loofhut wonen. 43 Dan zullen de komende generaties
weten dat Ik de Israëlieten in loofhutten heb laten wonen, toen Ik hen uit
Egypte leidde. Ik ben de Eeuwige uw G’d.’”
Jochanan/Johannes 7:1-10
“1 Daarna trok
Yeshua door Galilea; in Judea wilde Hij niet komen, omdat de Judeeërs Hem
wilden doden. 2 Nu naderde het Loofhuttenfeest in Judea, 3 en daarom
spoorden Yeshua’s broers Hem aan: ‘Blijf toch niet hier, ga naar Judea; dan
zien ook je leerlingen het werk dat je doet. 4 Niemand doet toch iets in
het geheim als hij bekend wil worden. Als je dit soort dingen doet, laat je dan
zien aan de wereld.’ 5 Ook Zijn broers geloofden namelijk niet in Hem.
6 Maar Yeshua zei: ‘Mijn tijd is nog niet gekomen, voor jullie is elke
tijd goed. 7 De wereld kan jullie niet haten, maar Mij haat ze wel, omdat
Ik verklaar dat wat ze doet slecht is. 8 Gaan jullie maar naar het feest;
Ik ga niet, omdat de tijd voor Mij nog niet rijp is.’ 9 Dat zei Hij, en
Hij bleef in Galilea. 10 Maar toen Zijn broers naar het feest vertrokken waren,
ging Hij Zelf ook, niet openlijk, maar in het geheim.”
Chag Soekot/Loofhuttenfeest
Het
Loofhuttenfeest is geweldig rijk aan beelden waaruit geestelijke lessen geleerd
kunnen worden. In oude tijden gingen meer pelgrims op naar Jeruzalem om het
Loofhuttenfeest te vieren dan voor Pesach of Sjawoe’ot (Wekenfeest/Pinksteren).
Het was dan ook “op de laatste dag,
het hoogtepunt van het feest” dat Yeshua heel vrijmoedig een hoogtepunt
in de Tempeldienst aangreep om Zichzelf bekend te maken als de aan Israël beloofde
Messias, die allen die in Hem geloven, zou dopen in de Heilige Geest. “‘Laat wie dorst heeft bij Mij komen en
drinken! “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij
gelooft”, zo zegt de Schrift.’” (Johannes 7:37-38).
'Laten
we optrekken naar de berg van de HEER, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal
ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’
Vanaf Sion klinkt zijn Tora, vanuit Jeruzalem spreekt de HEE R’ . Jesaja 2:3
Er is iets bijzonders gaande in ons
land. Zonder dat we het van elkaar weten, groeit in veel gelovigen de honger
naar meer van Gods’ Woord, naar meer kennis over onze Joodse wortels, naar meer
over de toekomst van Zijn volk. We verlangen en bereiden ons voor op de komst
van Jeshua. Vol verbazing ontmoeten we elkaar op speciale bijeenkomsten,
internetforums en in persoonlijke gesprekken.
We lezen Bijbelstudies over de Thora en
gaan uitspraken van Jeshua, leringen uit het Nieuwe Testament in een heel ander
licht zien. In het licht van de Thora. Wat een rijkdom komt er dan
tevoorschijn. Wat een diepgang ligt er verscholen in Gods’ Woord en wat worden
we hier blij van. Er groeit een sfeer van verwachting. Waar leidt dit naar toe?
Is Gods’ Geest de Bruid van Christus
Zich aan het voorbereiden op de nieuwe tijd die straks aanbreekt als we met Hem
in Zijn Koninkrijk zullen leven?
Dan zal vanuit Sion de Thora uitgaan en
zullen alle mensen op de aarde van Hem kunnen leren. Dan zal er ware
gerechtigheid heersen.
Ja, er groeit een nieuwe ijver om het
Evangelie van het Koninkrijk uit te bazuinen.
Bekeer je, maak je klaar en kom, volg
Jeshua. Trek samen met ons op, de Koning tegemoet en neem zoveel mogelijk
vrienden, geliefden mee.
We ervaren een nieuwe drive om voorbede
te doen voor diegenen die Hem nog niet kennen en we brengen hen voor de Troon
van God.
Onze gebeden worden gehoord en verzameld
in schalen. Zeker zal de Heer ze horen.
Zeker, want Zijn hart gaat juist uit
naar de mensen die Hem nu nog niet kennen.
En zo is een kleine opwekking begonnen.
Als een smeulend vuurtje dat misschien
wel zal uitbreiden tot een laaiend vuur van verwachting.
Verwachting naar Jeshua, die zegt: Zie
Ik maak alle dingen nieuw!
In Israël wordt vandaag een begin gemaakt met de
bouw van het altaar dat, in een herbouwde Tempel, een centrale functie krijgt
en waar, volgens de initiatiefnemers, dierenoffers gebracht moeten worden.
De bouw van dat altaar begint vandaag
omdat het vandaag ‘Tisha B’av’ is. Dat is de negende dag van de Joodse maand
Av. Dat is voor het Jodendom een dag van treurnis. Op die dag wordt de
verwoesting van de (Tweede) Tempel herdacht, nu een kleine 2000 jaar geleden.
Het altaar waaraan men nu wil beginnen had een centrale plaats in de Tempel.
De priesters (Kohanim) offerden daar de voorgeschreven en soms ook
vrijwillige offers.
Het Tempelinstituut in Jeruzalem beijvert zich al vele jaren in het maken van
de voorwerpen die nodig zijn bij een herstelde Tempeldienst. Daaronder
bevinden zich niet alleen tal van gebruiksvoorwerpen, maar inmiddels ook de
grote menorah, de zevenarmige kandelaar, en kleding voor priesters, waaronder
het borstschild voor de hogepriester.
Het nieuwste project van het Tempelinstituut is dus de bouw van het altaar.
Dat begint vandaag op en terrein in Mitzpe Yericho, oostelijk van Jeruzalem.
Volgens de directeur van het Tempelinstituut, Yehuda Glick, is het “jammer
dat het altaar niet meteen op z’n plaats, op de Tempelberg” gebouwd kan
worden. “We bouwen het volgens minimale afmetingen zodat we het straks, als
het naar de Tempel gebracht moet worden, kunnen vervoeren.”
Zelfs een altaar van minimale afmetingen is overigens nog fors. Het bouwwerk
wordt zes meter breed en zes meter lang en krijgt een hoogte van ongeveer
vier meter. Er zijn inmiddels stukken steen – vooral rolstenen – langs de
boorden van de Dode Zee verzameld (zie foto). Inmiddels is er tien kubieke
meter steen voorhanden, zodat voorlopig gebouwd kan worden. Tussentijds zal
nog meer steen worden verzameld. Elke steen die verzameld is, is apart in plastic verpakt, zodat ze bij het
vervoer naar Mitzpe Yericho niet beschadigen. De stenen zijn met geen enkel
ijzeren voorwerp aangeraakt en mogen dat straks ook niet, zoals de Bijbel
voorschrijft. De stenen zullen straks aan elkaar bevestigd worden met en mix
van zand, klein, teer en asfalt. Door het tempelinstituut is daarvan de
juiste samenstelling al onderzocht. Ook is men bij een Fins bedrijf dat in
Israel, in Yerucham, is gevestigd, te rade gegaan om en antwoord te krijgen
op de vraag hoe het ‘cement’ zo kan worden gemaakt dat het intense
temperaturen kan doorstaan. Als er op het altaar brandoffers worden
aangestoken kan de temperatuur van stenen en ‘cement’ hoog oplopen. Bovendien
mag die warmte zich niet te ver verspreiden over de grond, omdat de priesters
die de brandoffers aansteken op hun blote voeten moeten lopen. De bouwkosten voor het altaar worden door het Tempelinstituut geschat op een
kleine 20.000 euro. Daarvoor zoekt men nog sponsors.
De
Bijbel zegt in “Hoor o’ Israël, de Eeuwige onze God, de
Eeuwige is één (Deut.6:4).
God is eeuwig dezelfde en als Hij zegt dat
Hij één is .. dan is Hij één.
Met andere woorden: een éénheid voor
eeuwig bestaand in een meervoudigheid.
God is een mysterie wat wij mensen soms
moeilijk kunnen bevatten.
Er zijn twee hebreeuwse woorden die gebruikt worden in de
Bijbel als éénheid, het woord JACHIED, dat betekent: alleen, ondeelbaar, de enige. Dit is enkelvoudig.
Dit wordt niet vaak in de Bijbel gebruikt.
Het andere woord is ECHAD, wat betekent :
één, het legt de nadruk op eenheid terwijl de verscheidenheid binnen die
éénheid kan worden herkend. Dertien is de numerieke waarde van Echad.
Een voorbeeld hiervan is te geven in
Genesis 2:24 : Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn
vrouw aanhangen en zij zullen TOT ÉÉN VLEES ZIJN (basar echad)
Denk maar eens goed na over de éénheid
tussen man en vrouw, terwijl ze 2 persoonlijkheden zijn, zijn ze samen tot één
vlees geworden.
Zo ook de mens die bestaat uit geest, ziel
en lichaam, maar we zijn één maar … het ene kan niet zonder het ander.
Of b.v. Adam, toen hij werd geschapen naar Gods beeld werd hij geschapen zowel
mannelijk als vrouwelijk, deze beide waren in hem, toen God de vrouw schiep
trok hij het vrouwelijke uit Adam en het werd man en mannin, maar samen zijn ze
weer tot één vlees en zijn ze ECHAD.
God is ECHAD, een deelbare éénheid, Gen.
1:26 zegt “laat ONS mensen maken naar ONS beeld, en zo heeft God de mens
geschapen om ECHAD te zijn (en niet JACHIED).
Ik geloof dat God de eeuwige (ECHAD) is
een persoonlijke God die ons geschapen heeft en dat Hij zijn wezen heeft
geopenbaard aan ons als een drievoudig persoonlijk zijn , namelijk als God de
Vader en als Het levende Woord, dat is Jesjoea van Nazareth . Het woord was in
wezen God maar is voor ons geworden als
mens. Het is uit Hem voortgebracht en is uit Hem. Maar ook heeft God zich
bekend gemaakt als de Roeach haKodesj,
als de Heilige Geest, die een ieder ontvangt die Jesjoea aanneemt en daarmee
verzegeld wordt. Zo zie je de eenheid van de goddelijkheid. Het deelbare
éénheid.
Dus als wij die Geest niet hebben hebben we Jesjoea ook niet en
ook de Vader niet.
Kunnen Joden gered worden zonder te geloven in Jesjoea ?
Religie/Christendom | studies
|
30 April 2009 | 19:39:38
Kunnen Joden gered worden zonder te geloven in Jesjoea ?
Ik wou dat ik kon zeggen, JA! God heeft een speciale weg
gemaakt voor Joden om gered te worden, zonder dat ze in Jesjoea geloven.
Tenslotte zijn mijn vrouw en ik Joods, onze families zijn Joods, heel veel van
onze vrienden waar we mee op gegroeid zijn waren Joods. Tot op de dag van
vandaag heb ik een hecht voortdurend kontakt met Religieuze Joden en
ik heb vele diep gaande gesprekken gehad over dingen aangaande God. Zij
vertelden me duidelijk, dat ze God oprecht lief hebben, maar ze geloven
niet dat Jesjoea/Jezus de Masjiach is. Is er dan geen manier voor hun om gered
te worden zonder geloof in Jesjoea? Elk individueel persoon Jood en Heiden zal absoluut
in zijn eentje voor de troon van God moeten verschijnen, en we kunnen niet zeggen dat we voor 100% weten hoe of het met elk
mens zal aflopen. Maar over dit kunnen we zeker zijn. God heeft geen speciaal
verbond afgesloten met de Joden wat ze toestaat om gered te worden zonder
geloof in Jesjoea/Jezus. De getuigenis van de geschriften zijn duidelijk. Waarom leren sommige Christenen dan, dat Joden gered kunnen
worden zonder dat ze in Jesjoea/ Jezus geloven? Voor sommigen is het allereerst
een sentimentele kwestie dat is te zeggen, in een hele eenvoudige verwoording.
Ze gaan naar Israël en zien de Joden bidden bij de Klaagmuur, ze erkennen dat
de Joden het uitverkoren volk is, ze lezen over het verleden van de kerk met
betrekking op de Joden vervolging, en dat is notabene gedaan in de
naam van Jezus. En zij kunnen zich gewoon niet voor stellen dat de
Joden verloren zullen gaan. Het lijkt er zelfs op, dat op
bepaalde tijden de Joden rechtvaardiger waren dan de Christenen. Is
het dan niet arrogant om te denken dat de gelovigen in Jesjoea gered zijn en
deze rechtvaardige Joden verloren gaan? De onuitsprekelijke tragedie van
de Holocaust maakt het voor vele Christenen ook moeilijk om te geloven dat
de Joden die niet in Jesjoea geloven, niet gered zijn. Maar anderen die baseren
hun kijk op deze zaak op een aantal schrift gedeelten. En die komen er meestal
op neer, dat God met Israël het verbond van Mozes had
afgesloten. En de Joden die zich houden aan dit verbond blijven staan in gerechtigheid
voor God. Dit wordt beweerd, benadrukt te zijn door Paulus, die onderwees dat
die genen die de wet hielden rechtvaardig genoemd zullen worden en
er zal glorie en eer en vrede zijn voor een ieder die goed doet. Eerst voor de
Jood en dan voor de heidenen. Romeinen 2:13, 10.
Dit is een beweging die terug naar de Thora promoot, leven volgens de wet die
Mozes kreeg op de berg Sinai. Er zijn diverse variaties binnen die beweging.
Als ik iets beschrijf hou ik het algemeen, beseffend dat niet iedere groep
binnen de HRM dezelfde gedachten hierover heeft. Net als in het christendom
zijn er ook binnen de HRM vele afsplitsingen met een eigen manier om hun geloof
te belijden en beleven.
De meeste gelovigen in deze beweging beweren dat het christendom heidens is en
een Grieks denken hanteert. Het centrale punt is dat men af moet van het Grieks
denken en hebreeuws moet gaan denken. Hierbij moet men zoveel mogelijk joods
denken en joodse gebruiken terug brengen in je geloofsleven en dagelijks leven.
De reden achter dit alles is, de bijbel is joods, de apostelen waren joods en
de Messias was joods. Dus ook de taal en de manier van denken was joods
(hebreeuws) dus moeten we daar naar terug. Dit lijkt een hele logische
gevolgtrekking ware het niet dat de hele bijbel ooit in het Grieks vertaald is
vanuit het Hebreeuws (door Joodse Rabbi’s) . En ook het feit dat de apostelen
Grieks spraken, net als Jezus. Voor hun was het dus geen probleem om Grieks te
spreken en te schrijven.
Vele gelovigen binnen de HRM zijn op zoek naar hun joodse wortels van het
geloof en op zich is hier niks mis mee. Uiteindelijk liggen in het Jodendom ook
onze wortels. Maar men hoeft niet “joods” te worden om Gods woord te begrijpen,
ook hoeft men geen Hebrew-mindset te ontwikkelingen. Het gevaar van het
Hebreeuws denken is dat men uiteindelijk meer richting judaïsme kan gaan dan je
lief is, er zijn al velen van het christendom via Hebrew roots tot een punt
zijn gekomen dat ze Jezus als Verlosser af hebben gezworen, joods geworden zijn
dus. Een andere richting die men opkan gaan is de Noachide leer. Deze leer is
wel iets anders, maar ze ontkennen ook Jezus als Messias.
De diensten op shabbat zijn ook erg joods ingevuld, de siddur is afgekeken van
de joodse liturgie, de gebeden zijn dan ook vaak in het hebreeuws, net als de
liederen die men zingt. Ook daar is op zich niks op tegen, messiaanse muziek is
prachtig en kan zeker een aanvulling zijn in je geloofsbeleving. Het
verraderlijke zit hem in de subtiliteit waarmee men de gelovige dieper in het
Jodendom voert, alsof Joods zijn het enige zaligmakend is. De leiders van een
Hebrew Roots Movement doet de meeste van hun studies ook bij joods orthodoxe
rabbi’s. Dat is dan voor een deel bepalend wat men gelooft, weliswaar zonder
Jezus erin, want rabbi’s zijn joods en accepteren de Messias niet, die studies
zijn dus op andere zaken gebaseerd dan het nieuwe testament. Maar als je Jezus
uitsluit,krijg je een heel andere evangelie. Het resultaat hiervan is dan ook
dat men vaak de Thora boven Jezus stelt. Ik heb ooit eens geteld hoe vaak de Thora
genoemd werd in een studie en hoe weinig de naam Jezus of Yeshua,en ik schrok
ervan.
Dan zijn er nog groepen binnen de HRM die erop staan dat je de naam Yeshua
gebruikt i.p.v. Jezus, de heilige Geest de Ruach Ha Kodesh noemt en de namen
van de apostelen ook in het hebreeuws uitspreekt. Mozes word dan Mosje. Doe je
dit niet, dan zou je niet “gered”zijn. Ook al zijn er velen die op de naam
Jezus ooit tot bekering gekomen zijn, God hoorde hen dus toen wel! Maar nu
blijkt God alleen te luisteren naar Zijn hebreeuwse naam. Sommige messiaanse
gelovigen gaan hier heel ver in. En dat terwijl we weten dat in het OT niet
alleen hebreeuwse woorden staan maar ook:Grieks, Latijn, Perzisch (chaldeas) en
Aramees. Delen van het OT waren geschreven in het Aramees. In de tijd voor het
hebreeuws zich als taal ontwikkelde, was de taal waarschijnlijk arcadisch of
een proto type van canaanites. Interessant is ook dat Grieks ooit ook van
rechts naar links werd geschreven net als het hebreeuws. Het is een mythe om
het OT te beschrijven als een puur hebreeuws/Semitisch document.
En is het waar dat de naam Jezus in werkelijkheid een heidense
corruptie is die afstamt van de naam Zeus?
Ik verbaas me door lopend over mensen die naar onze gemeente schrijven, en ons
vragen stellen zoals deze,die de vorige week binnen kwam.
Sommige christenen zeggen, dat we de Hebreeuwse naam Yahshua moeten gebruiken,
Zij zeggen dat als je de naam Jezus aan roept, dat je dan Zeus (een Griekse god
) aan roept en dat Jezus een schuil naam is voor satan. Wat voor antwoorden
heeft u hier op?Hoe kunnen we bewijzen, dat de naam Jezus correct is om te
gebruiken vertaald in het Engels en in uitspraak.
Zo bizar als deze vragen zijn ,blijft het een feit dat deze vragen blijven
terug komen, dus is het nodig ze te beantwoorden .Dus hier zijn wat simpele
antwoorden. voor een uitgebreidere details ga naar ; What Do Jewish People Think About Jesus, question #38).
De originele Hebreeuws-Arameese naam van Jezus,is Yeshua, dat is in het kort
Yehoshua (JOSHUA )net zo als Mike een afkorting is van Michael. De naam Yeshua
komt 27 keer voor in de Hebreeuwse geschriften(bijbel ) verwijst in de eerste
plaats naar de hogepriesters in de tijd,na de Babylonische ballingschap die
beiden Yehoshua genoemd worden ( zie Zacharias 3;3 ).
En daarna vaker naar Yeshua (zie Ezra 3;2 )
Dus Yeshua's naam was niet ongebruikelijk, maar feitelijk zeker
5 verschillende mannen hadden die naam in het oude testament, En dit is hoe die
naam veranderde in Jesus in het Engels
Om het simpel te verklaren, dit is de etymologische geschiedenis van de naam
van Jesus; in het Hebreeuws Aramees Yeshua, werd toen Iesous in het Grieks, van
in het Latijns Iesus en toen via het Duits, tot het uiteindelijk, in het Engels
vertaald werd als Jesus.
Maar waarom noemen sommige mensen Jesus dan Yahshua?
Er is absoluut niets wat deze vertaling ondersteund, absoluut niets!
En ik zeg dit als iemand in het bezit van een Ph,D ( Doctoraat )
in Semitische talen.
Ik neem aan, dat die mensen een paar ijverige mensen zijn die
totaal geen kennis hebben van vreemde talen, die denken dat de naam van Yahveh
een meer zichtbaar deel moet zijn van onze verlossers naam. dus daarom YAHshua
in plaats van Yeshua, maar nogmaals, er is totaal niets wat die theorie
ondersteund.
De Hebreeuwse bijbel zegt Yeshua
Als de schrijvers van de Septuagint zijn naam doorgaven in het Grieks, schreven
zij het als ??
(I‘sous,) met geen enkele aanwijzing naar YAH aan het begin
van zijn naam.
En het zelfde kan gezegd worden van de Peshitta vertalers toen
zij de naam van Yeshua overleverden (doorgaven ) in het Syriac's ( een deel van
de Aramese dialecten )is dit allemaal consequent en duidelijk.
De originele vorm van de naam Jesus is Yeshua en bestaat geen
enkele naam zoals yahshu’a of, yahushua of iets wat daar maar op lijkt.
Nou van waar komt die zogenaamde link tussen de naam Jesus ( Greeks I’sous )
en Zeus?
(griekse god ).
Dit is een van de belachelijkste beweringen die ooit zijn gemaakt.
Maar het het is meer in de roulatie gekomen de paar laatste jaren, het internet
is een verbazingwekkend instrument voor het doorgeven van onjuiste informatie.
En er zijn sommige gelovigen die voelen dat het niet alleen te
verkiezen is om de Hebreeuw/Aramese naam Yeshua te gebruiken,maar ook dat het
verkeerd is om de naam Jesus te gebruiken. En daarom zullen we deze verklaring
eens in het kort gaan onderzoeken,en de onwaarheden die hier onderliggen aan
het licht te brengen.
Volgens de overleden A. B. Traina in zijn heilige naam bijbel (Holy Name Bible
)
De naam van de zoon Yahshua, is verplaatst door Jesus, Iesus and Ea-Zeus
(genezen Zeus )
In deze ene korte zin worden 2 complete fabels neergezet als een feit.
Allereerst er bestaat geen naam Yahshua, zoals we net hebben uitgelegd.
Ten tweede, er is totaal geen verbinding tussen de Griekse naam
I’sous, of de Engelse naam Jesus en de naam Zeus. ABSOLUUT NIETS!
Dan kun je net zo goed beweren, dat Tiger Woods (een golf speller ) de naam is
van een door tijgers bezet oerwoud in Indie.. Dan te beweren dat de naam Jesus connecties
heeft met de heidense afgod Zeus dat is net zo belachelijk, en is gebaseerd op
een serieus gebrek aan talen kennis.
Hier is nog zo'n zelfde soort belachelijke bewering.
God ontwierp en maakte Zijn
Goddelijke kalender op de vierde dag van de schepping. Zijn doel daarbij was
ons te onderwijzen aangaande Zijn verlossingsplan door Jezus (Yeshua), de
Messias. “En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om
scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing
zowel van vaste tijden als van dagen en jaren;”. (Gen. 1:14) Gods kalender is
gebaseerd op de maan, de maantijden. Wij hebben een Babylonische kalender die
gebaseerd is op de zonnetijd, maar Gods kalender is niet veranderd want God is
dezelfde, gisteren, heden en tot in de eeuwigheid.
Een sleutelwoord uit Genesis 1 vers 14 is vaste tijden. Dit woord is eeuwenlang
niet juist uitgelegd. Aan de wortel van het woord vaste tijden ligt het
hebreeuwse woord ‘moade of moadim’, wat ‘een vastgestelde tijd, een festival’
betekent. De Hebrew Stone’s Edition Tanach (O.T.) vertaalt Genesis 1 vers 14
als volgt: “…en zij zullen dienen als tekenen en voor festivals en voor dagen
en jaren”. Psalm 104 vers 9 zegt: “Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste
tijden”. Het woord vaste tijden betekent ook hier weer ‘moadim of festivals’.
We kunnen dus zeggen dat God de maan heeft gemaakt om de vastgestelde tijden en
festivals aan te duiden. Vroeger keken de apostelen en profeten naar de maan om
te zien welke tijd van de maand het was. De nieuwe maan duidde het begin van
een nieuwe maand aan en de volle maan het midden van de maand. Dit was de oude
en door God geïnspireerde methode voor het tellen van de maanden.
Verbondstekenen
We dienen ons te realiseren dat deze ‘moadim, vastgestelde tijden’, werden
vastgesteld voor dat er nog maar enig levend wezen geschapen was. God had reeds
een agenda gemaakt met vaste afspraken waarop Zijn kinderen Hem konden
ontmoeten. God vergist zich niet en Hij verandert ook niet. De Amplified Bible
vertaalt Genesis 1 vers 14 met: “laten het (deze lichten) tekenen zijn van en
herinneringen aan Gods voorzienigheid”. Voorzienigheid wijst op een teken van
Gods verbond. Deze vastgestelde tijden zijn tekenen van Gods overeenkomst met
ons, dat Hij onze God is en dat wij Zijn volk zijn.
In het boek Hosea staat: “Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis”.
Er ligt al eeuwenlang een sluier over de Kerk, waardoor men in onwetendheid
verkeert aangaande Gods kalender. Dit heeft mede de scheiding tussen christen
en jood in stand gehouden en ook leek het christendom hierdoor op een nieuwe
religie met nieuwe feestdagen. De zonnekalender (Juliaans/Gregoriaans) en de
heidens geïnspireerde feestdagen kwamen nu in de plaats van Gods kalender en
Zijn feestdagen. Vele heidense feestdagen zijn afkomstig uit de Romeinse Kerk
en opnieuw was ook hier weer de reden dat men de Kerk en zijn volgelingen wilde
afscheiden van het joodse volk.
1 En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar: zeven engelen, die de zeven laatste plagen hadden, want daarmede is de gramschap Gods voleindigd.
2 En ik zag (iets) als een zee van glas met vuur vermengd, en de overwinnaars van het beest en van zijn beeld en van het getal van zijn naam, staande aan de glazen zee, met de citers Gods. 3 En zij zingen het lied van Mozes, de knecht Gods, en het lied van het Lam, zeggende:
Groot en wonderbaar zijn uw werken, Here God, Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, Gij, Koning der volkeren! 4 Wie zou niet vrezen, Here, en uw naam niet verheerlijken? Immers, Gij alleen zijt heilig. Want alle volken zullen komen en zullen voor U nedervallen in aanbidding, omdat uw gerichten openbaar zijn geworden.
Openbaringen 15.
Deut. 32 Het lied van Mozes
De Naam “EUROPA” is van Griekse oorsprong en ontleend aan “Ereva”
Dit betekent : Waar het zonlicht in de avond daalt in het westen.
Het werelddeel Europa is het continent van de westelijke windstreek
en wordt daarom Avondland genoemd.
Het werelddeel Europa heeft door zijn grillige vormen en lange kustlijnen
verreweg de meeste kilometers zeekust.
Vanuit Jeruzalem dat door God het middelpunt der aarde wordt genoemd is
Europa met haar vele volken het Avondland in de verte :
“Hoort naar Mij, gij kustlanden, en luistert gij natiën”
Jes. 49:1
“Hij die de geslachten (=12 stammen Israëls) van de aanvang heeft geroepen;
Ik, de HERE, die de Eerste ben, en bij de Laatsten ben Ik Dezelfde. De
kustlanden zagen het en werden bevreesd; de einden der aarde sidderden “
“Hoort naar Mij, gij kustlanden, en luistert gij natiën”
Jes. 41; 4-6.
In de oudheid is Europa bedekt met dichte oerwouden en doorsneden met
rivieren. Deze vormden de enige verbindingen met de Germaanse stammen in Noord Europa.
In het zuiderlijke deel rond de Middellandse zeegebied hebben zich de Latijnse
volkeren gevestigd.
Vooral de lange kustlanden hebben Europa de Bijbelse naam “Kustlanden”
gegeven.
Waar zijn de verloren schapen van Israël ?
Volgens de profeten zijn ze grotendeels naar het noorden en het westen
vertrokken (Jes. 49:12; Hosea 11:10, Zacharia 6:1-8)
Vanuit Jeruzalem gezien is dat in onze richting.
Dat verloren deel van Israël is sinds de Assyrische ballingschap een eigen
weg gegaan.
Maar ééns zullen de Joden het overige deel van Israël opzoeken,
en zo zal het gebed van Mozes uit Deuteronomium 33:7
“Hoor, Here, de stem van Juda, en breng hem tot zijn volk”.
in vervulling gaan.
Wie is zijn volk ....
Natuurlijk zijn broeder ... het huis Israël ...
Samen zullen zij optrekken uit het Noorderland (Jer. 3:18).
De beide huizen van Israël en Juda worden weer één onder het Nieuwe
Verbond.
Het Nederlandse volk heeft in het verleden vaak in het bijbels licht een
rol gespeeld. Afkomst en status werden zelfs voorgesteld als zijnde
Israël.
Bekend zijn in dit verband de profetische woorden van Isaäk da Costa.
Moeten alle christenen de Joodse feesten vieren ..?
Religie/Christendom | eyeopener
|
22 December 2008 | 15:38:56
Moeten alle christenen de
Joodse feesten vieren ..?
Er zijn twee verschillende soorten van Feesten, je hebt Joodse
Feesten en je hebt de Feesten des Heeren (Moadiem/vastgestelde of gezette
tijden).
Joodse Feesten zijn feesten die verbonden zijn aan het Joodse Volk en cultuur
en dit Zijn niet vastgestelde tijden van God voor de christenen.
Maar welke feesten zijn er dan wel voor de Christenen ?
Leviticus 23 zijn o.a. de Feesten, niet alleen voor de Joden, de 2 stammen van
Juda, maar ook voor het huis Israël, de 10 stammen Israëls (die geen Joden
zijn) maar ook zij die zich aangesloten hebben en geënt zijn op de Edele
Olijfboom, zij die Yahshua hebben aangenomen en deel hebben aan dit nieuwe
verbond in Christus.
De Feesten van Leviticus 23 zijn geen Joodse Feesten maar de Heer zegt “Deze
zijn MIJN gezette hoogtijden”.
Het zijn de gezette tijden van de Eeuwige die niet direkt verbonden zijn alleen
met het Joodse volk.
Deze 7 feesten van de Messias zullen ons het reddingsplan laten zien.
Pesach (de dood van de Messias)
Ongezuurde broden/ Chag Matzot (de Messias in het graf en aflegging der zonde)
Feest der Eerstelingen/Bikkurim (de dag van de opstanding)
Wekenfeest/shavuot (pinksterfeest, bekrachtiging door de Ruach, de Geest van
God)
Feest van de Bazuinen / Yom Teruah (de eerste opstanding voor hen die in de
Messias geborgen zijn)
Grote Verzoendag/Yom Kippur (de Herrijzing van Israël)
Loofhuttenfeest/Sukkot (God met ons en wij met de Messias)
Deze Feesten zijn een schaduw van hetgeen komen moet terwijl de werkelijk van
Christus is.
Deze Feesten wijzen allemaal naar de Messias die de Deur is en de Middelaar
maar ook het Licht wat komende was.
Enkele Joodse Feesten zijn bijvoorbeeld Poerim, Chanoeka, Toe Bisjevat
(bomenfeest) en nog veel meer.
Vele christenen denken dat ze deze Joodse feesten moeten vieren, maar er zijn
ook o.a. die de Chanoeka feesten vieren in plaats van de Kerstfeest, ik zeg
niet dat deze feesten verkeerd zijn om te vieren maar het is geen feestdag door
God ingesteld voor ons als christenen maar specifiek voor de Joden. We moeten
het ene feest niet dichten met het andere feest en het vervangen. We moeten wel
weten waarom we iets vieren en als het door God ingesteld is. Natuurlijk
begrijp ik dat velen zich solidair met het Israël voelen, met het Joodse volk
en dat is natuurlijk prijzens waardig en dat is iets wat de Heer ook van ons
verlangd en vraagt.
Sommigen steken de kaarsen aan als een soort Advent als aanloop naar Kerst en
elke dag steken ze een extra kaarsje aan en doen dat 8 dagen lang, maar toch is
er een heel verschil tussen Kerst (wat geen Feest door God ingesteld is om dit
te vieren) en Chanoeka. In Israël worden er geen overdadige kerstliedjes
gezongen en een sfeer gecreëerd met kerstbomen en kerstballen, Christenen
koesteren de overgebleven heidense symbolen (heidense smetten), terwijl de
Chanoeka viert dat de tempel opnieuw wordt ingewijd, nadat deze heidense
rituelen waren gereinigd.
Met dit alles zo te schrijven gaat het mij er alleen maar om moeten wij deze
Joodse feesten vieren als christenen, en worden onze culture feesten ook door
de Joden gevierd ? Zo zie je cultuur blijft cultuur, en eigenlijk hebben wij
niets met de Joodse cultuur feesten te maken maar alleen met Gods gezette en
vastgestelde tijden en Feesten.
Wel erken ik dat Chanoeka Feest, en daar doe ik niets aan af, een geweldig
feest is voor het Joodse volk, en het een wonder van de olie is die 8 dagen
bleef branden, het is een Feest van het Licht, een Feest van de volheid en
vervulling en herstel van Israël, het is de volkomen rust ingaan. Yahshua is de
8ste dag, de Messias en de olie Hij is de Gezalfde en het Licht voor de
volkeren.
Chanoeka is ook voor ons het feest van vernieuwing, omdat we zelf een Tempel
van de Heilige Geest zijn, moeten we rein zijn en blijven van heidense en
occulte invloeden.
Ook moet onze lamp voortdurend branden, zodat Gods licht in deze
duistere wereld zal schijnen.
In Ezech.4 staat dat het huis Israël 390 jaar straf krijgt en Juda 40 extra. Vers 4-6 En gij, ga op uw linkerzijde liggen en leg daarop de ongerechtigheid van het huis Israëls; naar het getal der dagen dat gij daarop liggen zult, zult gij hun ongerechtigheid dragen. En Ik leg u de jaren van hun ongerechtigheid op, naar het getal der dagen: driehonderd en negentig dagen. Zo zult gij de ongerechtigheid van het huis Israëls dragen. Als gij dit hebt volbracht, zult gij opnieuw gaan liggen, op uw rechterzijde; dan zult gij de ongerechtigheid dragen van het huis van Juda: veertig dagen; voor elk jaar leg Ik u een dag op.
@ Ted Larson
Dit zijn geen symbolische getallen maar werkelijke straftijden. Wat is er gebeurd 390 jaar na de deportatie? Niets, dus moet er iets anders zijn. Nu staat er in Leviticus ; “dat het volk, dat niet wil luisteren 7 maal zal worden gestraft”. Lev. 26:18 e.v. 7 maal 390 jaar is 2730 jaar. Maar ook zegt G’d in Jer. 16:18 “dat hij de zonde dubbel zal vergelden”. De zonde van het niet houden van de Tora die zonde alleen door Efraïm (Jerobeam, Omri en daarna) was bedreven, dat is dus een dubbele tijd van 780 jaar.
Tellen we dit vanaf de tijd van hun verdrijving, dan komen we aan de tijd dat de Evangelie naar de volken gaat. In deze periode gaat Paulus er op uit om aan de heidenen het goede nieuws te brengen. Het goede nieuws gaat ook naar Efraïm. Die periode is dus ten einde. Efraïm waar de profeet Hosea had gezegd: “Maar Ik ben de Heer uw G’d van het land Egypte af; een G’d nevens mij kent gij niet en een verlosser buiten mij is er niet”. Hosea 13:4. In de laatste verzen van hfst. 13 van het boek Hosea vraagt G’d of Hij Efraïm zal bevrijden van het dodenrijk.
Eerst niet maar in hfst. 14 dan wil G’d Efraïm genezen, zodat de apostel Paulus kan schrijven in de 1e Cor. brief 15:55. “Dood waar is uw overwinning? Dood waar is uw prikkel? De overwinning is in de verlosser”.
@ Ted Larson
Is de tijd van Efraïm voorbij? Voor de hele periode van 7 maal 390 is 2730 jaar, in deze hele tijd is een niet-volk, (Lo-Ammi ) geworden tot Gods volk (Ammi.) Wanneer ging Efraïm in ballingschap als vazalstaat van Assur? Dat gebeurde in 734 voor onze jaartelling en in 722 werd het vernietigd. Als we van 2730 jaar 734 of 722 jaar aftrekken, dan komen we op 1997 of 2008. De tijd is voorbij of haast voorbij, nu moet Efraïm weer bij Juda komen. De tijd dat de profetie uit Ezech.
34 in
vervulling gaat, blijft niet lang meer uit. Tussen deze twee tijdstippen ligt het einde van Efraïms straf. Hiermee geef ik geen indicatie aan wanneer de Here terug komt. Allen maar wanneer de straftijd voorbij is.
Ook zijn al onze berekeningen onvolkomen en Hij is bij machte uit te stellen of te versnellen maar wel willen we daarmee aangeven dat er een eind komt aan de straf van Efraïm en dat we echt in het laatst der dagen zijn aangekomen. Er is echter nog meer aan de hand. Na de hemelvaart was daar het huis van Juda met de tempel, priesters en de offers en later ook het rabbinale jodendom met de wet, de feesten en de traditie. Daarnaast de gemeente met de eredienst en het leven in de genade. Dit duurde zo’n 1900 jaar. In die tijd ontdekken joden Yeshua als de Messias, en die het ontdekken leggen hun joodse traditie af en gaan op in het christendom. Dat zijn er zoveel dat een rabbijn onlangs klaagde dat het volk Israël zo klein was omdat er te veel joden waren geassimileerd. Dat de tijd van de twee huizen ten eind loopt zien we aan de toevoeging vandaag de dag van aan de honderdduizenden over de wereld die komen uit het huis van Juda.
Na de jaren "70 komen er joden die Yahshua aannemen; maar niet hun joods identiteit afleggen. Ze willen de Tora en de feesten van Israël blijven volgen samen met het nieuwe geloof in Yahshua. Messias belijdende joden. Verder komen er ook onder de christenen steeds meer mensen tot de overtuiging dat de Tora en de feesten wel degelijk waarde hebben voor de christen en die tot de overtuiging komen dat we een deel van Israël zijn. Niet van Juda maar van Efraïm en zo bestaan de beide huizen voor het aangezicht van G’d. En degene die dat alles weer samen zal brengen is onze Hogepriester en Koning “Yahshua”.
Als Yahshua komt dan is er een groot welkom. Gezegend Hij die komt in de Naam van onze Vader. Vijanden zullen Hem niet verwelkomen, alleen diegene die Hem lief hebben. Niet meer katholiek, gereformeerd, baptist of de charismatische mensen, al die verdeeldheid, dat alles is weg, maar alleen zij die Hem hebben aangenomen als Heer en Verlosser, zullen daar zijn.
En Jes. zegt dan nog in hfst. 56:3; “En de buitenlander die zich bij den Heer heeft aangesloten zegge niet: Onverbiddelijk zal de Heer mij van zijn volk afscheiden--noch zegge de ontmande: Zie,ik ben slechts een verdorde boom” , (Lei.) En Hosea zegt in het naschrift. “Wie wijs is geeft op deze dingen acht; wie verstandig is erkenne ze. Want de wegen des heren zijn recht: rechtvaardigen wandelen daarop, maar overtreders struikelen er”.(NBG)
Het plan van G’d en zijn beloften zijn groots, groter dan de mens kan bevatten en ook de liefde en laten we niet te snel klaar staan met het dreigen van straf en hel maar veel meer de grote liefde van G’d voor de mensheid laten zien en dat Hij alles wil doen om ons in het Vaderhuis binnen te laten. Geprezen zij de Heer die eeuwig leeft. Als het Hemelse Jeruzalem nederdaalt dan zijn daar 12 poorten met elke poort de naam van een stam ze zijn niet verdwenen alleen verborgen en komen weer tevoorschijn.
Twee huizen (Jes. 8:14; Jer. 31:31-33; Hebr. 8:8-10)
Twee naties (Ezech. 35:10)
Twee zusters (Ezech. 23:2-4)
Twee houten (Ezech. 37:15-28)
Twee lampen (Openb. 11:3-4)
Twee cherubims (Ex. 25:18-20)
Twee getuigen (Openb. 11:3-4)
Twee bazuinen (Num. 10:2-3)
Twee olijfbomen (Zach. 4:11-14; Jer. 11:10, 16-17; 2:18,21; Rom. 11; Openb. 11:4).
“De Here sprak tot
Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: De feesttijden des Heren, die
gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn MIJN feesttijden.
Maar op de tiende van
die zevende maand is de Verzoendag; een heilige samenkomst zult gij hebben en
gij zult u verootmoedigen en de Here een vuuroffer brengen.” (Lev.23 : 1-2 +
27)
Yom = dag
Kippur = vergiffenis
De Shabbat aller
shabbats wordt deze heiligste dag van het Joodse jaar genoemd.
De 10e
Tishri, de dag van vergiffenis, is de dag waarop vrijwel alle Joden naar de
synagoge gaan, zelfs degenen die er anders niet naar toe gaan.
Kenmerkend voor deze
dag van verootmoediging is gebed en vasten. Er wordt 25 uur niet gegeten of
gedronken. Een half uur vóór zonsondergang op de vooravond van Yom Kippur tot
een half uur ná zonsondergang aan het einde van de Verzoendag.
Het Kol-Nidrei gebed
luidt de Verzoendag in. Eigenlijk is het geen gebed, maar een mozaïsche formule
in het Aramees om geloften ongedaan te maken die te snel en ondoordacht zijn
gedaan. Hierbij gaat het niet om de geloften die je aan mensen hebt gedaan,
maar aan God.
Het grootste deel van
de dag wordt doorgebracht in de synagoge. Iedereen is in het wit gekleed. Wit
is het symbool van zuiverheid. Op Yom Kippur dragen de mannen een witte
overjas, een kittel. Het herinnert aan de dood ( de sterfelijkheid van de mens)
en roept op tot berouw en inkeer. “Want het loon, dat de zonde geeft, is de
dood, maar de genade, die God schenkt is het eeuwige leven in Messias
Yeshua/Jezus, onze Here.” (Rom. 6: 23).
Zonde is volgens de Joodse
overlevering als je ‘te ver’ gaat en je van God vervreemdt. Die zonde kan
alleen vergeven worden als je echt berouw hebt en er verzoening gedaan wordt. Berouw is niet
alleen spijt hebben, maar zo’n afkeer hebben van wat je verkeerd hebt gedaan,
dat je dat niet meer wilt herhalen. Daarbij moet je je dus bekeren. Belijdenis
van zonden is een van de meest kenmerkende onderdelen van de diensten op Yom
Kippur.
Gouden sieraden worden
niet gedragen op deze dag, want dat herinnert aan de zonde met het gouden kalf.
Er worden ook geen leren schoenen gedragen omdat leer wordt gezien als luxe,
bovendien kan je geen huid van een ander schepsel dragen als je om vergiffenis
vraagt.
Er zijn twee
bijbelgedeelten die op deze vastendag gelezen worden: het boek Jona en
Jes.57:14 t/m 58: 1-14.
Wie meent dat de God
van het ‘Oude Testament’ geen God van genade is, heeft het goed mis.
Uit het verhaal van
Jona blijkt hoe genadig God is, dat Hij “geen welgevallen heeft aan de dood van
wie sterven, maar dat men zich bekeert en leeft” (Ez. 18:32). God verheugde
zich toen Hij zag dat de mensen van Ninevé zich bekeerden van hun boze weg. Jona zei:”Ik wist dat u een genadig en
barmhartig God bent, lankmoedig, groot van goedertierenheid”(Jona 4:2b). De God
van Israël houdt niet alleen van zijn uitverkoren volk, maar van al Zijn
schepselen.
Het gedeelte van
Jesaja behandelt het vasten. Vasten is niet alleen maar je onthouden van eten
en drinken. Het doen van Gods verordeningen en inzettingen horen bij je manier
van leven. Als je hart op de juiste plaats is, je de ander hoger acht dan je
zelf, zal God je stem in de hoge horen en allerlei zegeningen geven.
Wanneer dit gedeelte
van hoofdstuk 58 over vasten wordt aangehaald, wordt vaak het stuk over de
shabbat niet genoemd. God zegt zelf dat wij niet over de shabbat heen mogen
lopen (vs.13). Hij heeft dat bij de schepping reeds ingesteld, toen Hij rustte
op de zevende dag.
In de tijd van de 1e
Tempel werden op Yom Kippur twee gelijke bokken bij de hoge priester gebracht.
Voordat hij zijn witte linnen kleren aantrok, moest hij zich onderdompelen in
de ‘mikwe’ (ritueel bad). Dan pas mocht hij dienst doen op deze heilige dag. De
hoge priester moest het lot (twee gouden plaatjes) werpen over de beide bokken.
Op het ene plaatje stond “voor God” en op de andere “voor Azazel”. De betekenis
van het woord ‘Azazel’ weet niemand precies; het zou vertaald kunnen worden met
‘volkomen verwijdering’.
Stond op het plaatje
dat hij in zijn rechterhand had de woorden “voor God”, dan was de bok aan zijn
rechterhand voor God bestemd en de andere was voor Azazel. De bok, voor God
bestemd, werd geslacht en het bloed werd naar het heilige der heiligen gebracht
en zeven keer óp het verzoendeksel en vóór het verzoendeksel van de ark des
verbonds gesprenkeld. Niemand mocht in het heilige der heiligen komen behalve de hoge priester en alleen op Yom
Kippur.
De bok voor Azazel
stond met zijn kop naar het volk gekeerd. Dan legde de hoge priester zijn
handen op de kop van het dier en vroeg of God de zonden van het volk wilde
vergeven. Hij haalde een gedeelte uit de Tora waarin stond: “Op die dag zal voor al jullie zonden
vergiffenis geschonken worden en zullen jullie rein staan voor God.” Ook werd dan
de Naam des Heren YHWH aangeroepen, waarbij iedereen met zijn aangezicht op de grond viel. De bok
voor Azazel kreeg een stuk rode,
scharlaken wol om zijn hoorns gebonden. Een soort gelijk stuk rode wol bleef in de Tempel. Dan moest een
man, volgens traditie geen Israëliet, het dier naar de woestijn brengen waar de
bok werd vrijgelaten.
Dan gebeurde er een
wonder. Als God de bok goedgekeurd en Zijn volk vergiffenis geschonken had,
veranderde het stuk scharlaken wol van kleur; het werd wit. “Al waren uw zonden
als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als
karmozijn, zij zullen worden als witte wol.”(Jes.1:18). Dit vers is geen
beeldspraak, maar het gebeurde dus echt! Dit wonder stopte ± 40 jaar vóór de
verwoesting van de 2e Tempel (70 n.Chr.) De tempeldeuren, die
behoorlijk zwaar waren, gingen vanaf die tijd ook vanzelf open alsof God de
mensen wilde uitnodigen in Zijn heiligdom te komen.
Zou dit toeval zijn?
Het wonder van de wol zou dus gestopt zijn toen Yeshua/Jezus “het Lam dat de
zonden der wereld weg nam” was gestorven én opgestaan. Voordat Yeshua/Jezus
zijn bediening begon, liet hij zich onderdompelen door Johannes de Doper. Werd
Hij ook niet voor het volk geleid door Pilatus, een niet-Jood, en vervolgens
buiten Jeruzalem gebracht om daar op Golgotha te sterven voor onze zonden?
Joz. 20 maakt melding
dat iemand die ter dood veroordeeld en gevlucht was naar een vrijstad, pas terug mocht keren naar zijn huis als de hoge
priester dood was.
Tijdens de
Sedermaaltijd bad Yeshua/Jezus het Hogepriesterlijk gebed. Hij is onze hoge
priester “Hij is priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizédek,
Koning der gerechtigheid (Hebr.7:17). Door Hem kunnen we naderen tot God. Ook
werd Hij zelf de zondebok “want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of
bokken zonden zou wegnemen” (Hebr.10:4).Toen Yeshua/Jezus zei:
“Het is volbracht” scheurde ‘het
voorhangsel’ van boven naar beneden. Nu zijn er verschillende ‘voorhangsels’ in
de tempel. Meestal wordt uitgelegd dat dit het voorhangsel zou zijn naar het
heilige der heiligen. Als dit het geval zou zijn, dan zouden we vrij tot God
kunnen gaan en hebben wij ook geen hoge priester meer nodig. Maar wat zegt
Yeshua/Jezus zelf: “Ik ben de weg de waarheid en het leven; niemand komt
tot de Vader dan door Mij” (Joh.15:6).
Ook heeft Hij ons
geleerd om in Zijn Naam tot de Vader te bidden: “Wat je ook
vraagt in Mijn Naam,
Ik zal het doen…(Joh. 14:13).
Prijs God voor zo’n
Hoge Priester! De Geest des Heren ís op Hem. De Vader heeft Hem gezonden om een
blijde boodschap te verkondigen aan ootmoedigen en genezing en bevrijding te
brengen.
Mag deze Yom Kippur
voor jullie allen een bijzondere dag zijn.
De naam van de eerste gelovigen in Israël waren Nazareners naar
Handelingen 24:5, Want wij hebben gevonden, dat deze man (Paulus) een
pest is, iemand, die opstanden verwekt onder alle Joden over de ganse
wereld, een eerste voorstander van de secte der Nazoreeërs. En
handelingen 26:28 : “Ik voor mij was tot de slotsom gekomen, dat ik
tegen de naam van Jezus, de Nazoreeër, fel moest optreden”. Het woord
christen komt niet van het Hebreeuwse woord de Gezalfde, maar van een
Grieks woord Christos en werd helemaal niet gebruikt door de Kerk in
Jeruzalem. Het woord christen werd als een heidense term voor het eerst
genoemd voor de gelovigen in Antiochië , ongeveer in het jaar 45. In
handelingen 11:26 staat : “En het geschiedde, dat zij een vol jaar in
de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden en
dat de discipelen het eerst te Antiochië Christenen genoemd werden. De
aanduiding “genoemd werden” suggereert dat deze naam werd bedacht door
hen buiten de Kerk, misschien wel om een onderscheid te maken door de
discipelen van Christus en onbekeerde niet-Joden, en voor andere
vertakkingen van het Judaïsme. Er is geen enkel bewijs voorhanden dat
deze aanduiding door de vroegere Kerk werd gebruikt als een zelfgekozen
titel (Hand. 11:26, 26:8 en 1 Petr. 4:16). De oorspronkelijke geloof
van de apostelen was dus bekend als de Nazarener in Israël en geen
christen. De Nazoreeërs zijn zo rond de vijfde eeuw uit de geschiedenis
verdwenen - afgewezen en bestreden door zowel kerk als synagoge. Een
Nazarener geloofde niet dat de Tora aan het kruis geslagen was of de
Wet afgeschaft was. Het was wel een groepering dat geloofde dat er geen
behoud was in de Wet of in de Tora, maar dat de Tora ons schoon houdt,
dat we door het waterbad van het woord zouden worden gereinigd en
geheiligd. Yahshua (Jezus) was de leider van de Nazareners, in
Math.2:23 staat :” opdat in vervulling zou gaan hetgeen door de
profeten gesproken is, dat Hij Nazoreeër zou heten.” En in Handelingen
4 : ” dan moet aan u allen en het ganse volk van Israël bekend zijn,
dat door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër, die gij gekruisigd
hebt, maar die God heeft opgewekt uit de doden, dat door die naam deze
hier gezond voor u staat. Dit is de steen, door u, de bouwlieden,
versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden. Ook Paulus wordt niet
als christen aangesproken (Handelingen 24:5). De huidige kerk , de
christenen leren dat de Tora is afgeschaft, maar de Nazareeërs leerden
dat de wet door Yahshua vervult werd maar niet afgeschaft, de Wet/Tora
(Yahweh’s richtlijnen van Genesis tot Openbaringen). Yahshua is gekomen
en heeft de wet/Tora vervuld maar nooit afgeschaft dat is een grote
leugen van de kerk ... Yahshua is het levende Woord! De wet/Tora zijn
als ware Gods liefdes regels voor de mens, we moeten de wet zien als
genezing en leven. Doordat de wet in ons hart is geschreven is het meer
een verdieping van het Woord geworden en is het mogelijk Zijn geboden
te houden wat eerst onmogelijk was, want niemand kan de wet voor 100 %
houden. De wet is daar om ons een zo goed mogelijk leven op aarde te
geven in relatie met God en de ander. Yahshua heeft ons vrijgekocht van
de vloek der wet opdat wij leven zouden uit genade. Maar ik ben van
mening dat zoals Yahshua de Tora heeft vervult en heeft uitgeleefd en
heeft bevestigd zullen ook wij de gehele Tora moeten vervullen,
uitleven en bevestigen. God zelf zal dat in ons volbrengen. We zullen
tot volle wasdom en volheid van Christus komen.
Je hoort veel dat de mensen zeggen dat de verloren 10 stammen zich tot het Judaïsme moet bekeren en dan onder hun, Juda’s leiding, mogen meewerken om tot een heilzame wereldregering te komen vanuit het Heilige Land; met als einddoel, dat alle volken der aarde het Joods Geloof als hun religie zullen moeten aanvaarden. Ik denk dat dat niet waar is, Joden en Israëlieten uit de heidenen en heidenen uit de volkeren die de Messias hebben aanvaard zullen Israël worden genoemd en samen onder de regering van de Messias tot één volk worden in Zijn Koninkrijk. Het verbond is vernieuwd met het huis Israël en het huis Juda, het huis Israël kan niet terug keren na dat ze met een scheidbrief zijn weggezonden, dan alleen door de dood van de Man (Yashua) dat ze door het geloof in de Messias gerechtvaardigd zullen worden, door Zijn bloed (in het nieuwe verbond), dan alleen kan het huis Israël de naam Israël terug ontvangen die hij was kwijtgeraakt. Yahshua heeft de scheidbrief weggebroken, de tussenmuur die scheiding maakte tussen de twee volken en deze weer in Hem één gemaakt. Het huis Israël is verheidenst en onder de volkeren verborgen. Vele Joden herkennen hun eigen broers niet maar zelfs de broers zijn hun eigen identiteit als Israël kwijt.
Maar nog even terug komend over het terug keren naar Juda, dat Israël naar Juda moet gaan en daarna wordt het complete Israël het centrale volk der aarde.
Deze gedachte gang is niet Bijbels al klinkt het heel mooi.
Nadat in Bijbelse tijd het hoogste gezag in Israël inderdaad vele eeuwen bij Juda is geweest, blijkt echter uit een groot aantal teksten, vnl. profetische dat later bij de hereniging de rollen omgedraaid zullen zijn:
“Eerst zal Israël tot leven komen en daarna zal Juda zich naar Israël moeten begeven om daar zijn heil en bescherming te vinden.
Joodse bron, Prof. Weinreb, schrijft : “De overlevering vertelt, dat toen Jozef (representant aan de 10 stammen) was verkocht naar Egypte, Jacob zijn karakter van totaliteit verloor. Zijn naam “Israël” ging verloren, en kwam pas terug toen hij wist, dat Jozef er nog was. Zonder dit nieuwe lichaam, zonder Jozef dus, is ook Jacob, de vader, gebroken”.
M.a.w. de Naam “Israël” behoort wel in de eerste plaats tot “Jozef”.
Trouwens, wanneer Jacob later verneemt dat Jozef nog leeft en hij hem tenslotte ontmoet, valt het sterk op, dat zijn naam “Jacob” plotseling weer “Israël” wordt, steeds als hij in “Jozefs” nabijheid is of komt. De dorre doodsbeenderen uit Ezechiël 37 komen dus het eerst de 10 stammen, het huis Jozef tot leven, waarna dan, als de ziel, het rijk Juda, erin komt, zij weer samengebracht, het nieuwe leven vormen.
Het huis Israël zal tot een nieuwe pot herkneed worden (Jer. 18:4) en mag worden tot een nieuwe zelfstandig volksbestaan, niet in het Heilig land, maar in de ballingschap, in de “woestijn der volken”.
Hier zouden de mensen van “Jozef”, wier scheidbrief vernietigd was door de “dood van God”, hun (herrezen) God terugvinden en tot een nieuw leven komen. De drager van het eerstgeboorterecht komt ook het eerst tot leven, en het is begrijpelijk, dat de “scherven” van Juda (Jer.29:11) zich daarna naar het huis Jozef moeten begeven … in hun eigen belang !
Juda moet naar Israël gaan, en niet naar Israël naar Juda.
“Te dien dage zal het Huis Juda náár het Huis Israël gaan, en tesamen zullen zij terugkeren uit het Noorderland” (Jer. 3:18).
Mozes profeteert reeds, dat die stam, die voorlopig nog heel lang de suprematie zou hebben en houden, Juda, toch eens gescheiden zou raken van zijn volk, en dat zijn behoud en redding gelegen zou zijn in het feit, dat hij zich tot zijn broeders (het Jozef-Israël) zou wenden om hulp.
Zie Deut. 33:7.
“Heer hoor de stem van Juda, en breng hem tot zijn volk ! Zijn handen strijden voor hem,
en wees Gij hem een hulp tegen zijn tegenstanders”.
Dat het Joodse Juda van heden dit toch mocht weten !
Laten zij toch niet de hoop bouwen op een staat in Palestina, juist in dat gebied, waar de grote valse Messias zal gaan opereren, als de grote Ezau in Jacobs kleren !
“Breng hem tot zijn volk”, dit volk is Efraim-Israël, het huis Jozef, dat éérder dan Juda, de uit Juda voortgekomen Messias, Jezus Christus, leerde kennen en aanvaarden, welke volgorde door God Zelf in Zijn wijsheid, zo was bepaald: Eerst de eerstgeborene (Jozef), daarna pas de andere.
Eerst zou Efraïm’s “volheid der volken” binnengaan (Rom. 11:25; Gen. 48:19), en daarná zou pas de verharding van het Juda-gedeelte een einde nemen.
Het is ook Efraïm-Israël, de “gescheiden vrouw” (Jer. 3 en Jes. 54), voor wie echter de scheidbrief op Golgotha vernietigd werd, die in het laatst der dagen mag rekenen op een speciale bescherming, op een opwekking, op een terugkeer tot God …
Terwijl de rest van de aarde “treurt en verwelkt, een vloek de aarde verslindt en heven schudt” (Jes. 24:4,6,19), “verheft men daarginds zijn stem en jubelt; over de majesteit des Heren juist men, van de zee af, Eert daarom de Here in de streken des lichts, in de kustlanden der zee, de Naam van de Here, de God van Israël … “(Jes. 24:14-16).
Het is van deze “gescheiden vrouw”, deze “onvruchtbare, diepbedroefde weduwe”, later wonen in de kustlanden), het is van dit Efraïm Israël, dat Jes. 54 zegt:
“Al uw zonen zullen leerlingen des Heren zijn. Weet u verre van onderdrukking, want gij hebt niet te vrezen”.
“Valt men heftig aan, dan gaat dat van Mij niet uit, wie u aanvalt zal over u vallen”.
“Elk wapen tegen u gesmeed zal niets uitrichten”.
Dit alles kan toch niet slechts op het 1000-jarig Rijk slaan, omdat er tegelijk over reële vijanden en gevaren wordt gesproken; dit laatste mogen wij ook in de volgende teksten zeggen :
“Want zie, duisternis zal de aarde bedekken …, maar over u zal de Here opgaan, en Zijn heerlijkheid zal over U gezien worden” (Jes. 60:2).
“Kom, Mijn volk, ga in uw binnenkamer en sluit uw deuren; verberg u een korte tijd, tot de gramschap over is. Want de Here gaat de ongerechtigheid aan de inwoners der aarde bezoeken (Jes.. 26:20).
Wijst dit alles niet sterk in de richting van een beveiligd en bekeerd Efraïm-Israël, terwijl buitenshuis de eindoordelen woeden ? Het is Efraïm-Israël, de eerstgeborene, die aan dit recht de plicht ontleent, zijn broeders te beschermen.
Dat ook het huis Juda dit mocht weten en er profijt van mag trekken !
Het terug vinden van deze stammen is immers voor Juda volgens Bijbelse profetieën een levensbelang !
Wanneer Juda “gaat tot zijn volk”, tot JOZEF, dan schaart hij zich immers mede onder Michaël’s hoede, de Engel, die Efraïm- Israël, verlost heeft uit alle kwaad” (Gen. 48:16), en dàn bereid is óók voor JUDA de strijd te voeren tegen zijn tegenstanders.
De HERE vormde het volk Israël tot zijn volk, zijn Koninkrijk. Israël was Gods volk en de HERE was de Koning van Israël. Toch wilden de Israëlieten een koning zoals de andere volken hadden. Die kregen ze in Saul, uit de stam Benjamin, terwijl de stam Juda was aangewezen als de stam van het koningschap. Na Saul kwam David, die eerst gezalfd werd tot koning over Juda en later koning werd over 'geheel Israël en Juda '. Na Davids zoon Salomo werd het Koninkrijk afgescheurd van het huis van David en Juda op één stam na, Benjamin.
God leverde later Israël over aan de Assyriërs en die gingen in 722 v.Chr. in ballingschap en Juda werd in 597 en 586 v.Chr. in ballingschap overgeleverd aan de Babyloniers, die de opvolgers waren van de Assyriërs, opdat zij verworpen konden worden door hun zonde en afgoderijen en hoererijen. Het huis Juda keerde voor het eerst in 538 v.Chr. terug, voor hen was de weg open om weer terug te keren. Het huis Israël, die met een scheidbrief was weggezonden is tot de dag van vandaag nog steeds niet terug gekeerd.
Het is de moeite waard de geschiedenis van de scheuring eens nauwkeurig na te lezen in de Bijbel.
Salomo’s afgoderij
De HERE had tot Salomo en de Israëlieten gezegd: Gij zult u niet met andere goden inlaten, en zij zullen zich met u niet inlaten, voorwaar, zij zouden uw hart meevoeren achter hun goden aan. Maar het geschiedde namelijk, toen Salomo oud geworden was, dat zijn heiden vrouwen zijn hart meevoerden achter andere goden aan, zodat zijn hart de HERE, zijn God, niet volkomen was toegewijd gelijk dat van zijn vader David. Salomo deed wat kwaad is in de ogen des HEREN, en hij volgde de HERE niet ten volle, zoals zijn vader David. Daarom werd de HERE vertoornd op Salomo, omdat zijn hart zich afgewend had van de HERE, de God van Israël, die hem tweemaal verschenen was, en die hem te dezer zake geboden had geen andere goden na te lopen; maar hij had niet in acht genomen wat de HERE geboden had. Toen zeide de HERE tot Salomo: Omdat het zo met u gesteld is, dat gij mijn verbond en mijn inzettingen, die Ik u geboden had, niet in acht genomen hebt, zal Ik voorzeker het koninkrijk van u afscheuren en het uw knecht (Jerobeam) geven. Maar bij uw leven zal Ik dat niet doen, ter wille van uw vader David; uit de hand van uw zoon zal Ik het afscheuren. Evenwel zal Ik niet het gehele koninkrijk afscheuren, één stam zal Ik aan uw zoon (zijn zoon Rechabeam werd na Salomo dood koning in zijn plaats)geven ter wille van mijn knecht David en ter wille van Jeruzalem, dat Ik verkoren heb.
De Scheuring van het Rijk.
Ook Jerobeam, een dienaar van Salomo, hief de hand tegen de koning op. Nu Jerobeam was een flinke kracht. Toen Salomo zag, dat de jonge man een goede werker was, stelde hij hem aan over de gehele lichting van het huis Jozef. Toen Jerobeam eens in die tijd uit Jeruzalem was gegaan bekleed met een nieuwe mantel, ontmoette hem onderweg de profeet Achia, de Siloniet. En die beiden waren alleen op het veld. Toen greep Achia de nieuwe mantel die hij droeg, en scheurde die in twaalf stukken; hij zeide tot Jerobeam: Neem voor u tien stukken, want zo zegt de HERE, de God van Israël: zie, Ik ga het koninkrijk van Salomo afscheuren, en Ik geef u de tien stammen – maar één stam zal voor hem zijn, ter wille van mijn knecht David en van Jeruzalem, de stad die Ik uit alle stammen van Israël verkoren heb, omdat hij Mij heeft verlaten, en zich neergebogen heeft voor de vele goden en niet in mijn wegen gewandeld heeft en niet gedaan heeft wat recht is in mijn ogen: mijn inzettingen en mijn verordeningen, zoals zijn vader David. Toch zal Ik het koningschap niet in het geheel van Salomo ontnemen uit zijn hand, maar Ik zal hem tot een vorst stellen zijn leven lang, ter wille van mijn knecht David, die Ik verkoren heb, die mijn geboden en inzettingen in acht genomen heeft. Maar Ik zal het koninkrijk uit de hand van zijn zoon nemen, en u de tien stammen geven. Aan zijn zoon zal Ik echter één stam geven, opdat mijn knecht David altijd een lamp voor mijn aangezicht hebbe in Jeruzalem, de stad die Ik Mij verkoren heb om mijn naam daar te vestigen. Maar u zal Ik nemen, opdat gij heerst over alles wat gij begeert, en koning zijt over Israël. En het zal geschieden, indien gij hoort naar alles wat Ik u gebied, in mijn wegen wandelt, en doet wat recht is in mijn ogen door mijn inzettingen en geboden in acht te nemen, zoals mijn knecht David gedaan heeft, dat Ik met u zal zijn, en u een duurzaam huis zal bouwen, zoals Ik voor David gebouwd heb, en Ik zal u Israël geven. Ik zal daartoe het nageslacht van David vernederen, echter niet voor altijd.
Want door Mij is deze zaak geschied.
Koning Salomo is gestorven. Zijn zoon Rechabeam gaat met groot gevolg naar Sichem, een stad midden in het land, waar het hele volk Israël bijeen gekomen was om hem als koning uit te roepen. Maar Jerobeam die door de profeet Ahia tot koning over de 10 stammen van Israël is aangewezen, komt daar ook. Men wil Rechabeam koning maken, doch men heeft één voorwaarde: Uw vader heeft uw juk zwaar gemaakt, wij moesten hem zware lasten opbrengen en hard voor hen werken. Maar als gij uws vaders harde dienst en zware juk lichter wilt maken, dan zullen wij u dienen. Rechabeam sprak over drie dagen kunnen jullie terug komen en zal ik u van mijn antwoord geven, en zo vertrekt het volk.
Op de derde dag kwam Jerobeam met het gehele volk tot Rechabeam, zoals de koning gesproken had: Komt overmorgen bij mij terug. Toen gaf de koning aan het volk een hard antwoord; hij verwierp de raad die de ouden hem gegeven hadden, en sprak tot hen naar de raad der jonge mannen: Mijn vader heeft uw juk zwaar gemaakt, maar ik zal uw juk nog verzwaren; mijn vader heeft u met zwepen getuchtigd, maar ik zal u tuchtigen met gesels.
Dus luisterde de koning niet naar het volk, want het was een beschikking van ’s HEREN wege, om het woord waar te maken, dat de HERE door de dienst van de Siloniet Achia, tot Jerobeam, de zoon van Nebat, gesproken had.
Toen geheel Israël zag, dat de koning niet naar hen luisterde, gaf het volk de koning ten antwoord: Wij hebben geen deel aan David, en geen erfbezit met de zoon van Isaï! Naar uw tenten, Israël! Zorg nu voor uw eigen huis, David! En Israël ging naar zijn tenten. Maar over de Israëlieten die in de steden van Juda woonden, werd Rechabeam koning. Koning Rechabeam zond Adoram, die over de herendienst gesteld was, doch geheel Israël stenigde hem, zodat hij stierf, en koning Rechabeam slaagde er ternauwernood in, de wagen te beklimmen, om naar Jeruzalem te vluchten. Aldus werden de Israëlieten van Davids huis afvallig tot op de huidige dag. Zodra geheel Israël gehoord had, dat Jerobeam teruggekeerd was, hadden zij hem ontboden naar de volksvergadering en hem koning gemaakt over geheel Israël. Niemand volgde het huis van David dan de stam Juda alleen.
Toen Rechabeam te Jeruzalem was gekomen, riep hij het gehele huis van Juda en de stam Benjamin bijeen, honderdtachtigduizend strijdbare jonge mannen, om te strijden tegen het huis van Israël en het koningschap terug te brengen aan Rechabeam, de zoon van Salomo. Maar het woord Gods kwam tot Semaja, de man Gods: Zeg tot Rechabeam, de zoon van Salomo, de koning van Juda, en tot het gehele huis van Juda en Benjamin en de rest van het volk: zo zegt de HERE: gij zult niet optrekken en niet strijden tegen uw broeders, de Israëlieten. Keert terug, ieder naar zijn huis, want door Mij is deze zaak geschied. Toen luisterden zij naar het woord des HEREN en begaven zich volgens het woord des HEREN op de terugweg.
(lees het hele gedeelte uit de boeken van 1 koningen 11 en 12).
Sinds die dag werd Israël een natie gescheiden van Juda.
Samenbinding en Liefelijkheid werden verbroken.
En ik heb twee staven genomen, de ene heb ik genoemd Lieflijkheid, en de andere Samenbinding; zo heb ik de kudde geweid.
Toen heb ik mijn staf Lieflijkheid genomen en die verbroken, tenietdoende mijn verbond, dat ik met alle volken gesloten had.
Daarop heb ik mijn tweede staf, Samenbinding, verbroken, tenietdoende de broederschap tussen Juda en Israël.
Toch beloofde God dat Hij hen zou herstellen in het laatst der dagen, zodat zij een eeuwigdurend verbond konden ontvangen.
Lieflijkheid en Samenbinding verwijzen naar Messias en de band tussen Juda en Israël.
(lees Zacharia 11).
God beloofde weer Samenbinding.
De profeet Ezechiël krijgt de opdracht om een andere toekomstige gebeurtenis voor het volk van God te laten zien door een symbolische daad ..
Het woord des HEREN kwam tot mij: Gij mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: voor Juda en de Israëlieten die daarbij behoren; neem dan een ander stuk hout en schrijf daarop: voor Jozef – het stuk hout van Efraïm – en het gehele huis Israëls dat daarbij behoort; voeg ze dan aan elkander tot één stuk hout, zodat zij in uw hand tot één worden. Wanneer nu uw volksgenoten u vragen: Wilt gij ons niet meedelen, wat gij daarmee bedoelt? zeg dan tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik neem het stuk hout van Jozef – dat aan Efraïm toebehoort – en van de stammen Israëls die daarbij behoren, en Ik voeg het bij het stuk van Juda en maak ze tot één stuk hout, zodat zij één zijn in mijn hand. En mijn knecht David zal koning over hen wezen en hun voor eeuwig tot vorst zijn; één herder zal er voor hen allen zijn.
(Lees geheel Ezechiël 37 vers 15-28)
Het huis Israël is nooit teruggekeerd uit de ballingschap en van Juda is er nog maar een klein gedeelte teruggekeerd. Voor God zijn de 10 stammen niet verloren want de brief van Jacobus is gericht aan de 12 stammen van Israël. Wel zijn ze verborgen en de tijd zal komen dat het raadsel van de 10 stammen opgelost worden. God heeft ze niet uit het oog verloren. Wanneer de beloofde hereniging zal plaatsvinden zullen ze tevoorschijn komen en dan zal er één Koning over hen zijn. Het is Yahshua, de zoon van David, de Vredevorst.
Wanneer Israël hersteld is, zullen ook de woorden van de engel Gabriël vervuld worden :
“Deze (Yahshua) zal groot zijn en Zoon des Allerhoogste genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen”.
"De HEERE nu zeide tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen, dat zij zich gedenkkwasten maken aan de hoeken van hun klederen, van geslacht tot geslacht, en dat zij in de gedenkkwasten aan de hoeken een blauwpurperen draad verwerken. Dat zal u dan als een gedenkkwast zijn; als gij daarnaar ziet, dan zult gij al de geboden des Heeren volbrengen zonder uw hart en uw ogen te volgen" (Numeri 15:37-39).
De tallit (talit,talliet) is een Joodse gebedssjaal/mantel een witte doek met vier zwarte/blauwe randen. Daarom wordt hij soms ook ,,de vier vleugels'' genoemd. Deze mantel symboliseert de ontferming die de Eeuwige als een deken over ons uitbreidt. Bij veel orthodoxe joden is het dragen van de gebedssjaal voor jongens en mannen nog verplicht maar eveneens dragen sommige Joodse vrouwen ook deze sjaal. Wie een gebedsmantel draagt voelt als het ware Gods ontfermende hand op zijn schouders.
Bij het ochtendgebed dragen joodse mannen vanaf 13 jaar de tefillin of gebedsriemen . Aan die riemen hangen doosjes met teksten uit de Pentateuch, een boek uit het OudeTestament. Een doosje hangt met een riem op het voorhoofd, de andere riem wordt zeven keer rond de arm gewikkeld en dan om de hand geslagen. Zo vormt de riem de letter Sjin uit het Hebreeuwse alfabet. Dat verwijst naar de almachtigheid of sjaddaj van God.
Tallieten worden gewoonlijk gemaakt van witte wol, katoen of zijde en hebben vaak blauwe of zwarte strepen op de uiteinden en soms een sierstrook dichtbij de hals.
Op de ets beneden ziet u een man die uit het donker oprijst en in de richting van het licht ‘groeit’. Zijn hand heeft de vorm van de Hebreeuwse letter ‘sjin’, de eerste letter van het woord ‘sjalom’ (vrede) en het woord ‘sjelemoet’ (volkomenheid, gaafheid).
Gezegend zijt Gij, Eeuwige,
onze G´d, Heerser van het heelal,
Die ons heeft geheiligd door Zijn geboden
en Die ons heeft opgedragen
om te hullen in de mantel met franjes
Israël was de Here geheiligd. God had hen geplant als een edele druif en volkomen zuiver zaad. Maar ze hebben de bron van levend water verlaten. Israël wist heel goed de weg te vinden net zoals de kerk, het Lichaam van Christus tegenwoordig om minnarijen te zoeken. Israël heeft ontucht gepleegd, keer op keer riep God hen terug maar zij keerden niet terug. Het huis Israël (de 10
stammen die weggevoerd waren onder ballingschap van de Assyriërs, die
dus niet de naam Joden dragen die alleen bestemd is voor Juda) en het
huis Juda (dus de Joden) zij zijn ontrouw geworden aan hun MAN. Israël die een verbond met God had en die gehuwd was met God werd Hem ontrouw. God zegt Ik heb Afkerig Israël gezien (de 10 stammen rijk) en heb haar verstoten en haareen scheidbrief gegeven.
Maar Trouweloze Juda (dus de twee stammen Juda en Benjamin + een deel van Levi = de Joden dus) zij hebben geen scheidbrief gekregen en blijven tot de dag van vandaag toe nog steeds Gods vrouw ondanks hun ontrouw aan Hem. God heeft hen voorzeker niet verstoten, Na de tijdperk van de gemeente gaat God met hen verder, want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk. Maar nu het huis Israël de 10 stammen, waar zijn ze gebleven. Als iemand scheiden gaat van
God zoals de Afkerig Israël dan raakt zij ook de naam van God kwijt
(IsraEL). Ze worden dus onder een andere naam bekend. Israël raakt
verborgen maar niet voor God. Ze zijn schuil gegaan onder de volken, ze zijn verheidenst, maar er niet in opgegaan. De scheidbrief maakte het
volgens Gods wetten onmogelijk tot God terug te keren, waartoe het volk
echter wél oproept. Het huwelijk heeft in ons land minder waarde en
betekenis gekregen. Willen we echter de betekenis van Jezus zijn dood
begrijpen, dan zullen we de Bijbelse betekenis van het huwelijk moeten
kennen. Dit wordt in de eerste
Bijbelboek duidelijk gesteld. "Daarom zal een man zijn vader en moeder
verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn" (Gen. 2:24). Een man en een vrouw worden tot één vlees. Een huwelijk,
één man en één vrouw en niets anders. Dit is geen probleem, maar wel een
weloverwogen besluit en waar men daarvan afstapt gaan de zaken
verkeerd. Het blijkt door heel de geschiedenis en is in onze tijd wel
heel erg duidelijk. Volgens de Bijbel is er één manier waardoor het huwelijk echt tot een einde komt: de dood van de man of de vrouw. De God van Israël, sloot een
huwelijksverbond met zijn volk Israël. Hij heeft zich aan het verbond
met zijn volk gehouden maar Israël werd ontrouw en volgde andere goden
na, die werkelijk geen goden zijn. Na vele waarschuwingen kwam
ten slotte de vooraf aangekondigde ergste straf Gods vrouw Israël (dus
niet Juda) werd met een scheidbrief weggezonden, verloor de naam IsraEL
en ging in ballingschap naar Assyrië, waaruit het niet is teruggekeerd. God echter had aan zijn volk
het huis Israël en het huis Juda een nieuw verbond beloofd, een nieuwe
huwelijk, die wet moest weg ! Het huwelijk kon alleen
eindigen met de dood van de man of de vrouw. Het is de Man (Jezus) die
stierf om het huwelijk te beëindigen, de scheidbrief te vernietigen en
zijn volk Israël te verlossen van hun zonden. Door de dood aan het
vloekhout werd het huis Israël weer vrij ! Door Zijn opstanding werd het mogelijk dat de vrouw weer naar haar eerste Man terug kon keren. (Rom. 7:2-4).
Is
er na de kruiziging, dood en opstanding en hemelvaart van Jezus een
grote exodus geweest van het 10 stammen rijk ?Nu is ze vrij om terug te
keren. Maar wie is Israël, zij zijn immers hun identiteit kwijt. Het is een verborgenheid dat nog geopenbaard zal worden en God is daar druppelt gewijs mee bezig. Israël zal zijn identiteit terug krijgen. Waar is Jozef ? en wie bekommert zich nog om hem ? (Amos 6:3-6). Zijn broers wachten en zullen komen.
Het einddoel is niet Israël maar ook niet de gemeente op zich zelf. Het einddoel is dat beide Israël en de heidenen (Efeziërs 3) dat zij samen worden geënt op de edele olijf.
Als men over het volk Israël spreekt, wordt veelal de
algemene naam “JOOD” gebruikt.
Waar komt die naam vandaan ?
De eerste maal dat deze naam in de Nederlandse
vertaling voorkomt is in Nehemia 1:2 (Ester 2:5).
De Hebreeuwse tekst heeft hier het woord “Yehuwdy” wat betekent: een JUDAHIET,
een afstammeling van Jacobs vierde zoon Juda (“yehuwdah”).
Van dit woord heeft “men” een “vertaling” willen geven als “JOOD” in onze taal,
“Jew” in het engels, “Jude” in het Duits, enz.
Hiertegen kan weinig of geen bezwaar gemaakt worden.
Maar nu komt de misère en het verwarrende.
In plaats van nu dit woord “JOOD” uitsluitend en terecht op te vatten als
“Judahiet” of eventueel “Judeeër” (een man uit het land Juda) heeft men de naam
“JOOD” ook gegeven aan mensen die helemaal niet van Juda afstammen of uit het
land Juda afkomstig zijn. Het is een vermenging geworden.
Deze naam is ook gegeven aan al diegenen die het Joodse geloof hebben
aangenomen, onverschillig tot welk volk zij door afstamming behoorden.De
volksgroepen hebben in de historie hetzij gedwongen, zoals de Idumeërs of
Edomieten, hetzij vrijwillig, zoals de Chazaren (verzameling van
verschillende volkeren), dit geloof omhelsd.
Ook in Israël zelf werd de naam JOOD uitgebreid. Zo schrijft de “Christelijke
Encyclopedie” dat deze naam later werd gegeven aan allen, die van Abraham
afstammen. Maar na deze opvatting zouden ook de nakomelingen van Abraham en
Hagar en Ketura “JODEN” zijn. Abraham en Isaäk en Jacob waren geen Joden,
alleen uit de vierde zoon van Jacob dus Juda komen de Joden, (en enkele
levieten).
In de Bijbel is geen enkele aanduiding te vinden waaraan men de bevoegdheid zou
kunnen ontlenen om de naam “Yehuwdy” in het oude of nieuwe testament op iemand
anders toe te passen dan op “een man van Juda” dan wel op “een man uit het land
Juda”.
De naam “Jood” geldt daarom alleen voor hun nakomelingen, niet voor hun
voorouders en ook niet voor de (andere) 10 stammen. Die waren zelfs de naam
“Israël” kwijtgeraakt. De Joden zijn dus slechts een klein deel van het volk
Israël, dat uit de 12 stammen bestond.
De Joden (het huis Juda) vervullen zeker een taak in het plan van God; de 10
stammen (het huis Israël) zouden echter volgens de profetie in de toekomst
eveneens een voorname rol spelen, omdat het belangrijkste “geboorterecht” (het
huis van Israël, Jozef of Efraïm) hun was toebedeeld.
De beide Huizen zijn tot op de dag van vandaag gescheiden – hoewel we zullen
zien dat er een vereniging voorspeld is. Dan zal het Messiaanse tijdperk
beginnen, een tijd waarin iedereen in een vredige universele broederschap zal
leven. Er zal samenbinding komen.
De Joden zelf zeggen dat zij van slechts twee van de twaalf stammen afstammen
en dat zij niet, of bijna niet, vermengd zijn met de tien stammen.
Wat we nodig hebben, zijn meer leraren die de sleutel gevonden hebben tot de
verborgen waarheden in de Schriften aangaande Israël.
Het is belangrijk dat het verschil tussen het huis Israël en het Huis Juda,
zoals dat in de Bijbel aangegeven is, helder begrepen wordt.
Door dit verschil goed onder ogen te zien, zijn we ook in staat de profetie en
de huidige wereldgebeurtenissen te begrijpen.
Er zijn maar weinig bijbellezers die het onderscheid tussen het huis Israël en
het Huis Juda ter harte nemen. De Bijbel laat de positie van het Huis Israël in
een geheel ander licht zien dan dat van het Huis Juda. Voor wie het verschil
tussen deze twee huizen niet ziet of niet wil erkennen blijft de Bijbel een
gesloten boek.
De eerste strijd tegen Amalek van Ex. 17:8-17, toen Juda en Israël nog bijelkaar waren, leert ons reeds de taak en verantwoordelijkheid, die wij zelf hebben in de komende "laatst ronde". Zolang Aäron en Hur Mozes armen ondersteunden, hadden de Israëlieten de overhand, maar verslapte hun kracht en zakte daardoor Mozes'staf, dan won Amelek.
Zo zal ook nu en in de nabije toekomst, het gezamenlijk gebed tot de God van Israël en Juda, de enige weg ter ontkoming zijn.
Dit door de Geest geinspireerde gebed, wanneer "duisternis de aarde bedekt", maar men in de "streken des lichts, in de kustlanden der zee, de God van Israël eert", mogen wij verwachten, op grond van Joël 2:28-31.
"... dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, .... vóór dat de grote en geduchte dag des Heren komt".
Zou een onderdeel van deze Geestesuitstorting ook niet de "geest der gebeden" zijn ?
Het altaar, dat Mozes naar aanleiding van Amelek's eerste aanval bouwde, noemde hij: "De Here mijn Banier".
Onze taak is dus duidelijk: Onder deze "vlag des Heren" (Banier) zullen wij als goede "Aärons en Hurs" de God van Israël eraan mogen herinneren in ons gebed, dat Hij degene is die "een strijd met Amelek heeft van geslacht tot geslacht".
Op dit gebed - laat ons hopen, dat het eens een waarlijk nationaal gebed zal worden - zal Hij Michaël, de aartsengel van Israël, opdracht geven om "de zonen van Zijn volk Israël terzijde te staan".
Indien wij ons niet verslappen, maar de "vlaggenstok" recht omhoog houden !
Nog is het moeilijk vriend en vijand uiteen te houden; nóg lopen de Jacob- en de Ezau-lijnen onontwarbaar dooréén; nòg is van kracht Jezus zijn waarschuwing: trek het zizanion niet uit, anders beschadigt gij het goede koren".
Toch weten velen bij intuïtie, dat onze tijd een tijd van toespitsing is.
Wie de "Toekomst de Heren" ziet naderen, weet zich ook steeds dichter bij de periode, waarvan de Bijbel zegt:
"..... de tijd is nabij: Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler, wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid .... " (Openb. 22:11).
Zo zullen ook de grenzen tussen de tweelingbroers Jacob en Ezau zich steeds duidelijker voor onze ogen gaan aftekenen, zoals reeds vóór hun geboorte, aan hun moeder Rebekka was voorzegd (Gen.25:23) :
We spreken elkaar zovaak het woord SHALOMtoe maar wat betekent het eigenlijk en wat zeggen we elkaar daarmee ! Shalom wordt vertaald met vrede. Het woord is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord sh-l-m (uitspraak: shalem) wat de volgende betekenissen heeft: compleet, vol, geheel, gaaf, gezond, heel, vervuld, onverdeeld zijn. De algemene grondbegrippen die dit werkwoord uitdrukt zijn: het bezitten van volheid, heelheid, vervulling, het komen tot een staat van vol/gaaf/geheel zijn, het bereiken van eenheid, het komen tot herstel in een bepaalde relatie. Deze basisbetekenissen kunnen tot uitdrukking komen bij de weergave van het woord shalom.
Als afleiding van het voornoemde werkwoord sh-l-m kan shalom als volgt worden vertaald: vrede, welzijn, heelheid, volheid, volkomenheid, gezondheid, veiligheid, zekerheid, vastheid, compleet zijn, voorspoed, rust, behoud.
De term shalom komen we op verschillende wijzen tegen:
A. Gods aanwezigheid en shalom
Gideon was zich bewust van dit verband tussen Gods aanwezigheid en shalom en noemde het altaar dat hij voor de Here had gebouwd naar Zijn Naam - JHWH shalom "De Heere is Vrede" (Richt. 6:24).
B. Shalom als Goddelijke gave
Shalom alleen door God geschapen kan slechts uit Hem alleen voortvloeien en door Hem aan de mens als hemels geschenk gegeven worden (Num. 6:24-26)
De Here is de Maker, Bron en Gever van shalom.
God begint de Zijnen met zijn shalom te zegenen (Ps. 35:27).
C. Shalom als Verbond
Shalom is onder meer ook de vrucht van Gods omgang met Zijn volk en Zijn liefde- en zorgvolle omzien naar de mens in Zijn verbondsvolk (berit) en gerechtigheid (Jes. 32:17) De uitdrukking berit shalom ('vrede-verbond') komt vooral voor bij de profeet Ezechiël 34:25; 37:26; in deze teksten wordt duidelijk gemaakt dat de Heere God de Gever en Maker van shalom is en dat er buiten het verbondsleven met Hem geen shalom kan zijn! Jes. 54:10 "Het verbond van Mijn Vrede zal niet wankelen, zegt de Heere".
D. Shalom ter beschrijving van voorspoed De basisbetekenis "welzijn, volkomen zijn, gezond zijn" komt zeer duidelijk naar voren in meer dan vijfentwintig gevallen waarin deze besproken of bedoeld wordt, zoals bijvoorbeeld in de volgende teksten:
Jozef vraagt naar het welzijn van zijn broers, Gen:43:27
Mozes vraagt naar het welzijn van zijn schoonvader Ex.18:7.
Soms gaat het strikt om lichamelijke gezondheid Joh. 5:23.
Ter aanduiding van veiligheid en zekerheid I Kon. 4:25.
E. Shalom als groet en zegenwens
Ongeveer 25 maal wordt deze term gebruikt als begroeting of vaarwel. (Richt. 19:20; 1 Sam. 25:6,35; 2 Sam. 15:27).
God is de bron en basis van de ware shalom.
Alleen in en door Zijn werk kan men shalom - met al hetgeen dit inhoudt en betekent - verkrijgen. De door de profeet Jesaja aangekondigde Vredevorst, Jezus Christus, biedt de mens op grond van Zijn verzoeningswerk Zijn Vrede aan.
De Heer zegt: Volk van doven, luister, jullie blinden, zie scherp toe. Niemand zo blind als Mijn volk, zo doof als Israël, Mijn dienaar, Mijn gazant. Ja, wie is blind als Israël, de dienaar van de Heer ? Jes. 42:18 en 19.
Verblindheid is het oordeel voor hun zonden.
Wie zich afkeert van de waarheid wordt prijsgegeven aan verharding, verblinding, dwaling (1 Kon. 22:19-23); 2Cor. 4: 3,4. 2 Thess, 2:10-12).
Als het gaat om verharding, ongehoorzaamheid en ongeloof doet Juda niet onder voor Israël. Beide volken hebben zich bezondigd. Beiden zijn verblind geraakt.
Het iedere keer verbreken van het verbond van God die Hij uit liefde voor hen had geschreven, om Zijn volk een veilig en mooi bestaan te geven als een licht tussen de donkere heidense volken.
Het gevolg is : “Luister zo goed als je kunt, verstaan zul je het niet. Kijk zo scherp als je wilt, je zult het toch niet begrijpen. Maak het hart van dat volk ontoegankelijk, stop hun oren toe, smeer hun de ogen dicht. Want zei mogen niet zien en niet horen, geen inzicht verkrijgen, niet tot inkeer komen en genezen worden. Jesaja 6:9 en 10.
Hierdoor werden ze verblind : Ik (Jezus) zal een toevluchtsoord zijn, maar ook een steen waaraan men zich stoor. Ik ben het blok waarover de koningshuizen van Israël en Juda struikelen, het net waarin de inwoners van Jeruzalem verstrikt raakt (Jesaja 8:14).
Er is een tijdelijke en een gedeeltelijke verharding over Juda gekomen. Dit wordt in Romeinen 11 beschreven. De Joden herkennen Jezus niet als hun Messias, de boeken van het oude verbond zijn met een sluier bedekt. Die sluier wordt niet opgelicht, hij verdwijnt alleen als men gelooft in Jezus Christus. Ja tot heden toe ligt daar nog steeds die bedekking, maar het is tijdelijk, de ongevoeligheid van een deel van het volk van Israël is maar voorlopig.
En dit zal ten einde komen wanneer de heidenen en heidenen uit Israël volledig zijn binnengegaan. Dan zal geheel Israël behouden worden.
Israël daartegen is op een andere gebied verblind.
Zij is verblind met name in hun eigen identiteit !
Een Jood (Juda) is namelijk makkelijker te herkennen door de uiterlijke kenmerken, naam enz. Een Israëliet is dat moeilijker. Israëlieten herkennen zichzelf niet meer als volk van God. Dit door de versplintering in de heidense volken. Ook deze verblinding is een straf.
Israëls taak was een getuige van God te zijn tussen de naties.
Ondanks hun verblinding met betrekking tot hun eigen identiteit, is Israël door de geschiedenis heen, zij het met vallen en opstaan, Zijn dienaar.
Dus …
Juda is verblind met name om Jezus, maar kennen wel hun identiteit.
Israël is verblind met name om hun eigen identiteit en vele mensen die van Israëlische afkomst zijn, zonder dat ze het weten, zijn christenen en verkondigen zij Jezus als de blinde dienaar van de Heer.
Het is nog niet geopenbaard (maar God is nu al druppelend gewijs hier mee bezig) wie we zullen zijn maar Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmede alle volken bedekt zijn.
Wie is er blind dan mijn knecht en doof als de bode
Religie/Christendom | Israël
|
16 Maart 2007 | 15:54:56
Wie is er blind dan mijn knecht
en doof als de bode die ik zend
Er
gaat heel wat in je om als je je bewust wordt dat je zelf deel kan zijn van dat
Israël waarvan de Bijbel spreekt, gedachten en flarden van gedachten gaan
konstant door je hoofd om een goed beeld van alles te krijgen en de openbaring
wordt steeds duidelijker. Het heeft bij mij tijden geduurd om een goed beeld te
krijgen van alles.
God
is hierin begonnen in 1996. Het was voor mij een persoonlijke opwekking te
mogen weten dat ik deel ben van dat Israël. Ook geloof ik dat er werkelijk een
tijd komt dat het DNA getest kan worden de nageslachten van Abraham, Isaäk en
Jacob. Maar wat maakt het eigenlijk uit voor de gemeente, het is immers voor de
Jood en de Griek, voor Israël en de heidenen. Maar het eerste is dat God met
Israël dat verbond gesloten heeft en dat Paulus zei dat door openbaring het
geheimenis bekend gemaakt is … wat voor geheimenis is dat !! het is een
geheimenis van Christus, dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is
geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is
aan de heiligen, zijn apostelen en profeten, dit geheimenis,dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en
medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie. (Efez,3) Maar de kerk vergeet dat God een
verbond heeft gesloten met Israël en dat dáár het begin en het ontstaan van de
kerk (de gemeente) het Lichaam van Christus is. Immers, zij zijn
Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de
verbonden en de wetgeving en de erediensten en de beloften (Rom. 9:4) Want dit
is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal met het (gehele) huis Israëls. Er komen dagen, spreekt de Here, dat Ik
voor het huis Israëls en het huis Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen.
Vele kerken nemen de plaats van Israël in en nemen alle beloften tot zich
terwijl de Bijbel heel duidelijk is dat Hij tot Israël heeft gesproken. De vele
beloften die nog in de Bijbel staan zullen zeker vervult worden aan Israël. Het
is zo geweldig voor het huis Israël dat verworpen was en weggezonden was met
een scheidbrief dat God, door de Man te laten sterven de weg weer heeft
open gemaakt voor het huis Israël. Wie Jezus vanuit de weggezondenen niet
aanneemt zal niet herstelt worden als Israëliet. Want de Bijbel zegt niet allen
die van Israël afstammen zijn Israël en zij zijn ook niet allen kinderen
omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar :Door Isaäk zal men van nageslacht van u spreken.Dat
wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderender belofte gelden voor nageslacht. Het huis Juda
is nog steeds Gods vrouw, Hij heeft hen niet met een scheidbrief weggezonden,
zij blijven Israël, alleen als nageslacht van Abraham, Isaäk en Jacob. Het huis
Israël kan weer opnieuw met God huwen door Jezus. Hij heeft de Scheidbrief
verbroken en de weg is weer open. Alleen van alle verborgen 10 stammen die Jezus
hebben aangenomen mogen de naam Israël weer aannemen. Niet alleen als
nageslacht maar ook naar de belofte. Hier is een hele versluiering over en er
zijn maar weinigen die deze inzichten hebben, het is een verblinding. In Jesaja
42 vers 19 staat : Wie is er blind dan mijn knecht en doof als de bode die ik
zend. Als men in de Bijbel over de 10 stammen spreekt dan heeft men het ook
vaak over de verre kustlanden of kustlanden der zee maar ook wel zei “die verre
zijn”. Hier staat bij voorbeeld in handelingen 2:39 Want voor u is de belofte
en voor uw kinderen envoor allen, die verre zijn, zovelenals de Here, onze God, ertoe roepen zal.
Maar ook zegt Jezus zelf in Joh. 10:16 waar Hij heel duidelijk in is : Nog
andere schapen heb Ik, (het andere huis, het huis Israël) die niet van deze
stal zijn (Juda); ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en
het zal zijn (de twee huizen die één worden) “één kudde één herder”. Eigenlijk
profeteerde Jezus hier Ezechiel 37. Ik geloof dat de grootste exodus van Israël
nog zal komen, God zal hen doen laten terugkeren naar het land Israël naar Sion
maar niet iedereen zal daar op dat kleine stukje grond terugkeren. Jeremia 3:14
schrijft het zo : Ik zal u nemen, één uit de stad en twee uit een geslacht, en
u brengen te Sion, en Ik zal U herders naar mijn hart geven, die u zullen
weiden met kennis en verstand. Ze zullen voor het duizendjarig vrederijk terug
zijn. Want in die dagen zal het huis Juda naar het huis Israël gaan, en zij
zullen tezamen uit het Noorderland komen naar het land dat Ik aan uw vaderen
ten erfdeel gegeven hebben. (Zie ook Jer. 50:4-6). God zal daar dan zijn
erfdeel vermeerderen en vruchtbaar maken. De profeet Jesaja geeft een duidelijk
antwoord op deze vraag in Jesaja 11:11,12 en 27:13, waar hij o.a. "de
verlorenen uit Assur" en "de verdrevenen van Israël van de vier
einden van de aarde" noemt, die allen zullen terugkeren. De
verlorenen van de tien stammen worden ontdekt en keren terug. En ik geloof dat
in de tijd van het komen van de Messias, de mist rond deze mensen zal
optrekken. God zal door de Heilige Geest hun werkelijke identiteit bekend maken
en dan zal de duisternis overgaan in licht en zal bekend zijn wie zij zijn en
waar zij wonen. In de eindtijd zal dus ontdekt worden, wie de verloren tien
stammen zijn en zullen ook zij naar het land der vaderen terugkeren. Wij
kunnen het ook op deze manier zeggen: zodra de verloren tien stammen ontdekt
zijn en zij naar het land der vaderen terugkeren, hebben wij opnieuw een
aanwijzing, dat wij in de Bijbels - profetische eindtijd terechtgekomen zijn.
Waarom
ik geloof dat de 10 stammen van Israël nog niet terug gekeerd zijn en als
Israël herstelt is komt door de scheidbrief. Als iemand scheiden gaat van God
raakt zij ook de Naam van God kwijt (IsraEL). Ze worden nu dus onder een andere
naam bekend. Israël raakt verborgen maar niet voor God (Jes. 40:27).
Ze zijn schuil gegaan onder de volkeren en zijn verheidenst maar er niet in
opgegaan.
Het huis Israël is doof en blind voor hun eigen identiteit als Israël (Jes,
42:19) en het huis Juda is voor een groot deel verblind voor de Messias (2 Kor,
3: 14 ,15).
God heeft in feite twee vrouwen 1. Afkerig Israël en Trouweloze Juda (Jer.
3:8.) 2. Ohola is Samaria (haar tent : Israël) , Oholiba is Jeruzalem (haar
tent in haar : Juda) Ez. 23.
Door het offer van Jezus Christus is de weg geopend. Hij heeft de scheidbrief
verbroken en de weg is geopend tot terugkeer van Israël, waar van Efraïm die
onder de tien stammen is het eerste geboorte recht heeft. Door het geloof zal
Israël herstelt worden en opnieuw aangenomen worden als Israël.
Wie is Israël
Friezen zijn Nederlanders maar zijn ook alle Nederlanders Friezen ? Nee dus.
Zo is het ook met het huis Israël en het huis Juda, ze zijn allen Israël, maar Israël
is niet Juda en Juda is niet Israël, maar samen zijn ze wel Israël.
Lijkt wat ingewikkeld maar zo is het.
God heeft met deze twee huizen, deze twee koninkrijken een nieuw verbond
gesloten. In Hebreeën 8:8 staat : Zie, er komen dagen spreekt de Here, dat Ik
voor het huis Israël en het huis Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen,
wij uit de heidenen hebben daar deel aan.
Jezus zelf ziet het ook als twee koninkrijken, en zegt in Math. 15:24 waar Hij
nooit een geheim van gemaakt heeft, dat Hij zich gezonden wist tot de verloren
schapen van het huis Israël. Daar bedoelde Hij niet alleen de Joden (het huis
Juda), zijn hart ging ook uit naar het huis Israël, die ook wel het huis van
Jozef werd genoemd die nog steeds in ballingschap is, zij zijn nog nooit
teruggekeerd. Zelfs Jacobus wist het, hij schreef, groet de 12 stammen in de
verstrooiing, hij wist zeker dat de 10 stammen het huis Israël nog niet was
teruggekeerd, terwijl de Joden wel voor een groot deel waren terug gekeerd.
In februari 1996 vroeg ik de Heer in mijn stille tijd met Hem, Heer hoe kan ik
voor Israël uw volk bidden en de Heer bepaalde me bij Jesaja 54, ik kreeg dit
woord al jaren maar begreep er weinig van en God legde me het uit. Mijn leven
was een zinnebeeld wat daar beschreven stond.
De Heer sprak zie naar je zelf, zie naar je eigen leven, jij bent Israël. Ik
zei maar Heer ik ben geen Jood. Dat klopt zei Hij je bent ook geen Jood je bent
een Israëliet van het huis Israël. Het huis Israël zijn dus geen Joden, alleen
het huis Juda, Ik kwam werkelijk in een identiteitscrisis wie was ik, de Bijbel
ging opeens voor me open, ik was deel van het huis Israël waarover werd
gesproken, het huis Israël dat nog in ballingschap was en nog niet teruggekeerd
was. Ook ging Jesaja 54 voor mij open en ik begreep het. De versen 4-8 ging
over een vrouw, <het huis Israël>
Die Hij voor een korte tijd heeft verlaten <met een scheidbrief, in
ballingschap> maar met groot erbarmen zal Ik u tot mij nemen <door het
nieuwe verbond met het huis Israël en het huis Juda> worden ze door het
geloof in Jezus weer herstelt als Israël. In Ezechiël 37: 15-28 worden ze
samengevoegd <samenbinding> en zal er één Koning zijn en zij zullen niet
langer twee volken zijn en niet langer verdeeld zijn in twee koninkrijken (vs
22,23).
Ik denk dat we eerst moeten leren inzien het verschil tussen het huis Israël en
het huis Juda (dat onder Jerobeam gescheurd is in twee rijken 1 Kon. 11: v.a.
30) God heeft de broederschap “samenbinding” tussen Israël en Juda verbroken
(Zach. 11:14)
Het huis Israël is nog steeds in ballingschap, God heeft hen met een
scheidbrief onder de volkeren verstrooid (Jer. 3: ) Zij zijn n u Lo-ammi, want
gij zijt mijn volk niet en Ik zal de uwe niet zijn. (Hos. 1:9 ; Rom. 9: 26).
Maar God gedacht hun wel in het nieuwe verbond, en zij zijn de kostbare schat
in de aarde verborgen.
God zal hen weder oprichten en hen herstellen. Er zal weer “samenbinding” komen
door het nieuwe verbond, door de wedergeboorte, door het geloof in Christus
Jezus de Messias. In Jer. 50:4 staat: in die dagen en ten dien tijde, luist het
woord des Heren, zullen de Israëlieten komen, zij en de Judeeërs tesamen, al
wenend zullen zij voortgaan en de Here hun God zoeken.
God is bezig het ware Israël te openbaren <de verborgen 10 stammen> en ze
zullen hun ware identiteit vinden door de Heilige Geest, Hij zelf zal het
openbaren en is daar nu al mee bezig.
Het huis Israël ook wel het huis van Jozef genoemd is heel belangrijk voor
Israël omdat Deut. 33:7 zegt: “Hoor, Here, de stem van Juda en breng hem tot
zijn volk (wie zijn zijn volk … natuurlijk zijn broeders het huis Israël,
Jozef) en samen zullen ze optrekken uit het Noorden beiden worden één onder het
nieuwe verbond).
Er zal weer een uittocht plaatsvinden van al de 12-stammen van Israël, groter
dan de uittocht uit Egypte is geweest.
Daarom geloof ik in die grote opwekking, die ook in ons land zal komen zodat
Gods wind werkelijk gaat waaien over de dorre doodsbeenderen. Jozef zal de
oogst binnenhalen.
De grootste openbaring over Israël ligt in het leven van Jozef verborgen. Jozef
weerspiegelt Jezus, die zich weer bekend zal maken aan zijn broeders.
Als Jozef de oogst binnenhaalt, zullen, wanneer er grote hongersnood is, zijn
broers komen, zij zullen hem herkennen, zij zullen gevoed worden en tezamen
terug keren (Jer.50:4) naar het land dat God hen ten deel gegeven heeft.
Amos 6:3-6 zegt :
En, wie bekommert zich nog om de verbreking van Jozef ?!?!
De verbreking van Jozef wordt bedoeld het verdriet van de breuk die er is
tussen de beide huizen, wie maakt er zich nog druk om, en wie staat hier
eigenlijk nog bij stil ? Dit komt ook omdat het huis Israël zijn identiteit
heeft verloren, hij werd als de heidenen.
Ieder focust zich alleen op Juda. Er ligt een soort verblinding over. God gaat
deze breuk helen (Ez 37).
Al eerder is Jozef, toen hij van Jacob ziekte hoorde, met zijn twee zonen Manasse en Efraïm maar zijn vader toegegaan (Gen. 48:1,2) en bij die gelegenheid heeft Jacob de zonen van Jozef tot zijn eigen zonen gerekend: “Efraïm en Manasse zullen mij als Ruben en Simeon zijn” (Gen.48:5).
Zij worden als eersten gezegend. De twee zonen van Jacobs op één na de jongste zoon Jozef worden vóór alle twaalf zonnen van Jacob gezegend.
Efraïm, de jongste van de twee, ontvangt tegen Jozefs wens in – maar naar Gods vastgestelde bestek – de grootste zegen : “diens nageslacht zal een volheid van volken worden”(Gen. 48:19). Efraïm en Manasse krijgen elk een plaats in de rij van Israëls zonen. Jozef erft zo een dubbel deel, aan hem komt het eerstgeboorterecht toe.
Er komen dus dertien stammen. Toch zal het beloofde land later onder 12 stammen verdeeld worden. De priesterstam Levi ontvangt geen erfdeel,
want : de HERE is zijn erfdeel”(Num. 18:20; Deut. 18:2; Joz. 13:14, 33).
De profeten zullen later heel duidelijk van Efraïm profeteren; Jeremia hoofdstuk 31, Hosea , in bijna elke hoofdstuk, en vele anderen.
De Noordelijke gelegen tien stammen heten dan : huis van Israël (Jer. 31:31), huis van Jozef of kortweg : Efraïm (Amos: 6:6; Ps. 80:2; Hos. 4:17; 5:3,5,9,11-14 enz. enz.)
Efraïm in de vreemde geboren uit het huwelijk van Jozef met Asnot,
de dochter van de Egyptische priester uit On, draagt een profetische naam.
Efraïm heeft met vruchtbaarheid te maken, zoals Jozef zei bij de geboorte:“God heeft mij vruchtbaar gemaakt in het land mijner ellende” (Gen. 41:52).
Eeuwen later zal een groot deel van de stammen van Israël in ballingschap uitgroeien tot ‘een volheid van volken’, ‘als het stof der aarde, als de sterren des hemels, als zand aan de oever der Zee. (Gen. 22:17).
In Genesis 11:26-32 worden wij voorgesteld aan Abram, wiens naam later werd veranderd in Abraham. De rest van de Bijbel is een uitvloeisel van Gods handelen met hem en de beloften, die Hij maakte aan Abraham en zijn afstammelingen. De beloften aan Abraham zijn de basis van bijna alle toekomstige Bijbel profetieën!
Abram werd geboren in een gezin, dat in Ur der Chaldeëen leefde, een stad in het zuiden van Mesopotamië bij het vroegere Babylon. Na de dood van één van zijn broers, verhuisden Abram, zijn Vader en andere familieleden een paar honderd kilometers naar het noorden naar de stad Haran aan de Eufraat. Een poos daarna stierf Abram's Vader, Terah en werd begraven. In de nasleep zei God tegen Abram, toen 75 jaar oud, de rest van zijn familie te verlaten en naar een land te gaan, dat Hij hem zou wijzen. Hij beloofde van hem een groot volk te maken.
De belofte, voor het eerst gegeven in Genesis 12, is nogal vaag. Het bestond gewoon uit een onbepaald land, dat later aan Abram en zijn nageslacht als een erfenis gegeven zou worden. Door heel de rest van Genesis heen lezen wij een opmerkelijk verhaal over het ontvouwen van de beloften, gemaakt door God.
15 Het woord des HEREN kwam tot mij: 16 Gij mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: voor Juda en de Israëlieten die daarbij behoren; neem dan een ander stuk hout en schrijf daarop: voor Jozef – het stuk hout van Efraïm – en het gehele huis Israëls dat daarbij behoort; 17 voeg ze dan aan elkander tot één stuk hout, zodat zij in uw hand tot één worden. 18 Wanneer nu uw volksgenoten u vragen: Wilt gij ons niet meedelen, wat gij daarmee bedoelt? 19 zeg dan tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik neem het stuk hout van Jozef – dat aan Efraïm toebehoort – en van de stammen Israëls die daarbij behoren, en Ik voeg het bij het stuk van Juda en maak ze tot één stuk hout, zodat zij één zijn in mijn hand. 20 Terwijl de stukken hout die gij beschreven hebt, voor hun ogen in uw hand zijn, 21 zeg dan tot hen: Zo zegt de Here HERE: zie, Ik haal de Israëlieten weg uit de volken naar wier gebied zij gegaan zijn; Ik zal hen van alle kanten bijeenverzamelen en hen naar hun land brengen. 22 En Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen Israëls, en één koning zal over hen allen koning zijn; niet langer zullen zij twee volken zijn en niet langer verdeeld in twee koninkrijken. 23 Niet langer zullen zij zich verontreinigen met hun afgoden, hun gruwelen en al hun overtredingen, maar Ik zal hen verlossen van alle afvalligheid waarmee zij gezondigd hebben, en hen reinigen, zodat zij Mij tot een volk zullen zijn en Ik hun tot een God zal zijn. 24 En mijn knecht David zal koning over hen wezen; één herder zal er voor hen allen zijn. Zij zullen naar mijn verordeningen wandelen en naarstig mijn inzettingen onderhouden. 25 Zij zullen wonen in het land dat Ik aan mijn knecht Jakob gegeven heb en waarin hun vaders gewoond hebben; ja, zij zullen daarin wonen, zij, hun kinderen en hun kindskinderen, tot in eeuwigheid, en mijn knecht David zal hun voor eeuwig tot vorst zijn. 26 Ik zal met hen een verbond des vredes sluiten, een eeuwig verbond met hen zal het zijn; Ik zal hun een plaats geven, hen vermeerderen en mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen stellen. 27 Mijn woning zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 28 En de volken zullen weten, dat Ik, de HERE, het ben die Israël heilig, doordat mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen staat.